De Ziel van Arnhem: De Koningin van Klarendal
Tim Lenders

Ze is er pas net komen wonen, maar het lijkt of de oude arbeidershuizen gelijk nog verder naar de grond buigen om een stilzwijgende boodschap uit te brengen: “Hier is Uw Troon”. De jonge vrouw is de letterlijke personificatie van de prachtige volkswijk.
Ze weet van alle Arnhemse meisjes het best dat er vier en twintig uur in een dag zitten, haar routine is slopend. Overdag moet er gewerkt worden; meestal verdiend zij haar geld met baantjes die je eigenlijk niet zou willen hebben. Zodra de klok echter 9 maal een tergend langzame rondgang heeft gemaakt is het tijd voor de metamorfose van deze fata morgana van deugdelijk doorzettingsvermogen.
De wijk kan overdag een sereen en historisch uitzicht hebben; met diepgang waar de graffiti of tatoeages ruggen van gewelven versieren. Zodra de avond valt ondergaat ze echter een gedaanteverwisseling. Eerst wordt er gedineerd in één van de vele multifunctionele Kebab-friet-bier centra, of het avondmaal wordt bij de Albert Heijn gehaald; waar de hele wijk bepaalt wat er in de winkel komt te liggen. Er klinkt Hip Hop, of dan weer Techno uit de openstaande ramen van studentenhuizen en panden waar mensen van allerlei afkomst huizen.
Haar ziel doet mij denken aan een mozaïek, of dan weer een kristallen vaas die in scherven op de grond is gevallen. Af en toe trekt ze vol de aandacht; fier en groots in het aanzien als de pakhuizen die langs de wegen staan te wachten op waren, en dan weer schuilt er een eenzame leegte in haar ogen die terug te vinden is in de leegstaande bouwvallen die hopen op een restauratie van de eens zo trotse Hommelse straat. Ze heeft het ondanks haar schoonheid niet makkelijk. Één oude heroine verslaafde krijgt van een scooterbestuurder zijn portie geluk voorgeschoteld; zij wacht de nacht af in het portiek van de kunstschool.
Haar geschiedenis een puzzel die waarvan de stukjes uit alle windhoeken komen. Het Delfts Blauwe porselein heeft de overhand, maar er is meer. Sommige stukjes komen uit het Midden Oosten; soms lijkt ze zich meer te identificeren met de Somalische mannen die de hele zomer lang voor de snackbar bij station Velperpoort zitten te kaarten. Is ze rijk? De chique panden in haar buurt doen het vermoeden maar als in de straat daarnaast een gezin op straat word gezet door de politie bedenk ik mij dat schone schijn en diepe ellende hand in hand samen gaan.
O, en ze begeert alle omwonenden; ze koestert de bewoners en schenkt ze haar warme baarmoeder. Het maakt niet uit of je boers bent, of Turk of Ambonees; ze heeft elke doler in de wijk lief alsof het haar eigen geliefden zijn. De wilde mannen dragen bij aan haar geschiedenis, hebben haar innig lief, maar zullen slechts littekens in de lanen en stegen van deze volkse dame achterlaten.
Wat beweegt deze wijk, deze mooie dame? Waarom straalt ze als de zon schijnt, maar voel ik mij onbehagelijk wanneer de nacht inzet? Er gebeuren gekke dingen waar geen verklaring voor te vinden valt. Ik huil om haar ziel, en ik weet niet of het uit verdriet of ontroering is.