Alex Mink: “Einde vechtcoalitie niet verbazingwekkend”

(Foto: Rob Severijnen/Photoworkx Den Haag.)

Ruim een jaar geleden stapte SP-wethouder Alex Mink op uit het college van B&W. Sinds zijn vertrek wilde hij niets meer met de politiek in Arnhem te maken hebben. Verzoeken om een interview werden al die tijd genegeerd. Tot afgelopen week. Ruim een jaar nadat hij opstapte als wethouder wil Mink graag vertellen over zijn ervaringen in B&W.

In café Babo vertelt een ontspannen Alex Mink aan een stuk door. Als wethouder kwam hij bij de gemeenteraad stug en ambtelijk over, zeker als hij onder vuur lag, maar daar is nu niets van te merken.

Drie uur lang praat Mink uitgebreid en zonder een blad voor de mond te nemen. Niet alleen over zijn tijd als wethouder, zijn fouten en successen, maar ook over mobiliteit en verkeer; zijn grote passie.

Ik heb een jaar geleden al geprobeerd om je te spreken voor een interview. Dat wilde je toen niet. Waarom nu wel?

“Een jaar geleden had ik waarschijnlijk een minder rationeel verhaal gehouden. Het leek me verstandiger om eerst wat meer afstand te nemen voor ik mijn verhaal zou doen. Toen vorige week de ChristenUnie uit B&W stapte, besefte ik dat dit voor mij ook het moment is om naar buiten te treden en mijn verhaal te doen.

Dit college is in iets meer dan drie jaar vijf leden kwijtgeraakt: vier wethouders en een burgemeester. Er waren twee collegebreuken. Eerst is GroenLinks eruit gestapt en deze maand de ChristenUnie. Dat is geen toeval. Dat is het gevolg van de sfeer en de werkwijze binnen de Arnhemse politiek. Dat deze vechtcoalitie nu zo eindigt, is niet verbazingwekkend.”

De ChristenUnie sprak bij haar vertrek over machtspolitiek door D66 en SP.
“Ja. Binnen het college zijn het twee dominante spelers die de dienst uitmaken. Gerrie Elfrink en Martijn Leisink. Intelligente mensen, maar ook zeer dominant aanwezig. Over Leisink gaat het zinnetje rond: “Leisink weet het beter.” De combinatie van intelligentie, maar ook een driftkikker.

Bovendien heeft een wethouder Financiën altijd een voordeel boven andere collega’s, dus ruimte voor soms hinderlijke bemoeienis.

Ik zie wel dat bij hem vaak het ideale plaatje voorgaat op de werkelijkheid en er gepolariseerd wordt. Dat heeft ook consequenties. Binnen de regio, bij de provincie en zelfs op landelijk niveau heeft de gemeente Arnhem weinig krediet meer.

Mede door de manier waarop hij zich opstelt, is Arnhem bij wethouders in andere gemeenten in de regio erg impopulair geworden.

Mensen zien en horen vooral Gerrie Elfrink als het gaat over B&W, maar achter de schermen is het Martijn Leisink die aan de touwtjes trekt.

Het was het idee van Leisink om het bestuursakkoord ‘Met de Stad’ te noemen. Maar er naar handelen ho maar. Het is meer ‘Met de rug naar de Stad’ geweest. D66 en SP vormen de centrale kern van een regentencoalitie die zeer instabiel opereert. Wie had dat durven denken. Arrogantie heeft ze de nek omgedraaid.”

Volgens de wandelgangen wordt er tijdens collegevergaderingen regelmatig geschreeuwd en geïntimideerd, met name door Martijn Leisink en Gerrie Elfrink. Klopt dat?

“Ja, dat gebeurde vaak. Tegen elkaar, tegen mij, tegen andere collega’s, tegen Cathelijne Bouwkamp toen GroenLinks nog in het college zat en ik hoorde later dat ook Addy Plieger van de ChristenUnie daarmee te maken kreeg. Ook tegen burgemeester Herman Kaiser werd regelmatig geschreeuwd. Leisink en Elfrink zijn twee apen die achter dezelfde rijpe banaan aan zitten. In het college van burgemeester en wethouders zijn zij vaak aan het woord.

Ik zal je een verhaal vertellen dat tijdens de eerste vergadering na ons aantreden in 2014 plaatsvond. We zaten met het hele college van B&W rond de grote ovalen werktafel in het Duivelshuis en we deden een rondje over een bepaald onderwerp.

Op een gegeven moment was Martijn Leisink aan het woord en er ontstond een over-en-weer-discussie met Gerrie Elfrink. Herman Kaiser gaf het woord aan Martijn Leisink.

Elfrink stond toen op en liep de kamer uit. Ik dacht dat hij naar de wc ging, maar na een paar minuten kwam hij terug met de Gelderlander onder zijn arm. Hij ging zitten en ging demonstratief de krant zitten lezen.

“Is er iets dat je wilt zeggen, Gerrie”, vroeg Kaiser. Elfrink ontplofte.
“Ja, als het zo moet, dan hoeft het voor mij niet meer. Dan ga ik hier voortaan gewoon de krant lezen.”

Kaiser had niet door dat Elfrink nog niet klaar was met zijn verhaal. En dat was dus tijdens de eerste vergadering van het nieuwe college. Ik dacht toen al: “Is dit werkelijk de toon die gezet wordt?”

Veel mensen denken dat het Leisink en Elfrink tegen de rest was, maar die twee hebben onderling ook veel conflicten. Vaak was het Henk Kok die dan de gemoederen weer tot bedaren wist te brengen.”

Heeft die sfeer volgens jou ook een rol gespeeld bij het tussentijdse vertrek van Herman Kaiser?
“Dat weet ik niet. Ik denk wel dat Kaiser zich verkeken heeft op de wijze van besturen van Arnhem. Arnhem is geen Margraten met een handvol ambtenaren en twee á drie wethouders.

Kaiser had de neiging om zich te bemoeien met dingen die niet tot zijn portefeuille behoorden. In een kleine gemeente kan dat, maar in een stad met een omvang als Arnhem niet.

Dat soort dingen deed hij wel vaker, ook op andere beleidsterreinen. Hij deed dat ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar dat zorgde wel voor spanningen.”

Hoe was dat voor jou om in zo’n college te zitten?
“Ik heb mijzelf altijd een buitenbeentje gevoeld in het college van B&W. Als wethouder van buiten moet je dubbel zo hard lopen. Er was uiteindelijk niet een sfeer waarin ik goed tot mijn recht kwam. Na mijn vertrek zeiden ambtenaren: “In een andere gemeente met een andere cultuur was je hoogstwaarschijnlijk een hele succesvolle wethouder geweest.” Ik denk dat dat klopt.

Ik ben pas laat gevraagd om als wethouder toe te treden tot B&W. De onderhandelingen tussen de vier collegepartijen waren al een flink eind op dreef toen ik in beeld kwam. Het ging toen over het verdelen van de portefeuilles.

De andere collegepartijen vonden dat Gerrie als wethouder cultuur moest gaan doen. Tijdens de vorige collegeperiode was Arta afgeblazen, dus nu moesten onder andere Musis, het filmhuis en het museum gerealiseerd worden. Van Gerrie werd gedacht dat hij dat er vanwege zijn vechtersmentaliteit wel door zou weten te krijgen.

Voor mij waren ruimtelijke ordening en mobiliteit de twee speerpunten die ik heel graag in mijn portefeuille wilde hebben. Er lag en ligt een prachtige uitdaging om Arnhem met haar 19e-eeuwse en 20e-eeuwse structuur geschikt te maken voor de 21e eeuw.

Arnhem is een ruimtelijk unieke stad vol contrasten: gelegen aan twee rivieren, zand en klei, omgeven door heuvels, maar ook door de polders. En dwars door noord en zuid kun je de opvattingen van de verschillende tijden terugzien in de ruimtelijke ordening en in de infrastructuur.

Machtig mooi, maar het is ook nodig om de boel weer bij de tijd te brengen: vergrijzing, een veranderde bevolkingssamenstelling, digitalisering en klimaatverandering hebben immers invloed op de manier waarop wij onszelf verplaatsen en hoe we onze ruimte gebruiken.

Mijn motto was: ruimtelijke kwaliteit als drager van menselijke verbondenheid. In een mooie en goed ingerichte stad kun je je als mens ontplooien, kansen grijpen, elkaar ontmoeten.

En in die stad is het ook van belang dat er aandacht komt voor wijken waar nu niemand het over heeft. Ik was wijkwethouder in Rijkerswoerd. Ik heb regelmatig ambtelijk gezegd: daar moet echt iets gebeuren om te voorkomen dat die wijk en andere wijken uit die periode afglijden. De nieuwbouwwijken van eind 20e eeuw zijn anders de Vogelaarwijken van de toekomst.

Er is in Rijkerswoerd geen ontmoetingsplek meer omdat het wijkcentrum is wegbezuinigd. Het jongerencentrum boven de gymzaal bij het winkelcentrum is dicht. Er zijn veel problemen achter de voordeur doordat er in de wijk veel mensen wonen met een hypotheek die onder water staat. Dat geldt ook voor veel andere wijken in Arnhem Zuid. Die boodschap zit politiek en ambtelijk nog onvoldoende tussen de oren.

Toen het college aantrad hadden Gerrie en ik als SP-wethouders aanvankelijk een keer per week gezamenlijk overleg. Maar op een gegeven moment is ons overleg verslapt. We gingen binnen het college ieder onze eigen gang. Van onderling overleg was toen geen sprake meer. Dat lag ook aan mij.

Binnen het college van B&W heb ik altijd heel prettig samengewerkt met Hans Giesing. Hij was wethouder van Economische Zaken en op veel punten is er overlap met ruimtelijke ordening, dus op veel projecten werkten we samen. En die samenwerking verliep erg goed.”

Maar Giesing vertrok na een jaar…
“Giesing vertrok en ik was zijn vervanger tot er een opvolger was. Dat werd Ron König. Maar door het vertrek van Hans, kreeg ik Fluvium tijdelijk in mijn portefeuille. Het was eigenlijk helemaal niet mijn dossier. Ik kreeg het pas in het voorjaar van 2015 op mijn bordje.

Na de behandeling van het bestemmingsplan had de projectwethouder het stukje volledig moeten overnemen. Dat is onvoldoende gebeurd en daardoor zijn er dingen aan mijn jas blijven hangen.

Er werd toen al jaren gesproken over het bouwen van 200 woningen bij de Westervoortsedijk. Er is rond de eeuwwisseling al besloten om het gebied te transformeren van bedrijventerrein tot stadswijk bij de binnenstad.

Dat dossier was en is complex. Ik heb later uit derde hand gehoord dat er vanalles speelde qua toezeggingen en verwachtingen. Er was aanvankelijk nog geen sprake van een vergunning voor een nieuwe puinbreker. Kennelijk leefde er wel de verwachting dat de vestiging van die puinbreker prima kon naast 200 woningen.

Vorige maand heeft de Raad van State uitspraak gedaan en daarin word ik moreel in het gelijk gesteld. Ik zie mijn inhoudelijke stellingname terugkomen.
Inhoudelijk had ik gelijk, maar ik heb vanwege tijdsdruk onvoldoende gecommuniceerd naar de raad. Dat was niet goed.

Een verhuizing van de twee bedrijven tegenover deze woningen zou een oplossing zijn, maar dat viel buiten het mandaat en binnen het college van B&W was er geen geld voor.”

Omdat je de raad verkeerd geïnformeerd had over de puinbreker, werd er door de oppositie een motie van wantrouwen tegen je ingediend. Die haalde het niet omdat de collegepartijen je steunden, maar toch ben je vertrokken. Waarom?

“Het vertrouwen was weg. De collegepartijen hebben de motie niet gesteund, maar daarmee is alles wel gezegd. Zowel binnen B&W als binnen de collegepartijen is er vrijwel geen steun geweest.

Het is een opeenstapeling van zaken geweest. Ik heb met name na het vertrek van Giesing gemerkt dat bij D66 de messen geslepen werden. In de wandelgangen werden de verwijten heftiger en opeens kwam er zelfs uit ‘dat ik mijn successen niet deelde’. Nou. Er is anders genoeg binnen deze portefeuille bereikt en gedeeld zeg.

Mijn eigen SP-fractie heeft het niet voor mij opgenomen. Ik had maar weinig inhoudelijke ruimte en op resultaten werd maar lauw gereageerd. Het laatste debat werd op een zaterdagochtend om zeven uur ’s ochtends voorbereid met de vier fractievoorzitters van de coalitie. Want de kinderen van Cris Lenting moesten naar zwemles. Eigenlijk had ik toen al moeten weglopen. Als je eigen fractie het al niet de moeite waard vindt om je verder te helpen, wat dan wel?

Bovendien kwam de grootste kritiek in de maand voor mijn aftreden van D66, de grootste collegepartij. Dat zegt al genoeg. Vooral D66 heeft aangestuurd op mijn vertrek. Het kwam ze kennelijk goed uit.

Ik heb het gevoel dat ik geofferd ben. Toen ik aftrad, lagen Ine van Burgsteden en Martijn Leisink onder vuur in verband met de onrust en de problemen bij Presikhaaf Bedrijven. Ine en Martijn hebben daarin ook fouten gemaakt, kan gebeuren, maar doordat de focus op mij kwam te liggen, konden zij aanblijven als wethouder. Een D66-raadslid zei in de wandelgangen tegen mij: ‘Hans Giesing van D66 is om minder afgetreden.’

Ik heb het zelf tijdens de laatste raadsvergadering ook niet handig gedaan, maar de fut was eruit. Er kwam vanuit de raad veel kritiek en ik heb alle vragen eerlijk beantwoord. Maar op een gegeven moment had ik er ook genoeg van. Niet vreemd na een uur het woord voeren tegen een kritische gemeenteraad waarbij allerlei veronderstellingen door elkaar heen liepen. Maar dat hielp niet.

Elfrink en Leisink zaten tijdens die vergadering met de rug naar mij toe. Ik ben een uur onafgebroken aan het woord geweest. Was er iemand die een glaasje water voor me inschonk? Ik ben ijskoud behandeld in het college. Na afloop kwamen alleen Herman Kaiser en Anja Haga naar me toe.”

Je kreeg ook kritiek vanwege Trolley 2.0. Hoe zat dat?
Trolley 2.0 is een prachtig project. Het idee is eenvoudig: Arnhem heeft het grootste trolleynetwerk van West-Europa. Maar er komen ook bezuinigingen op het openbaar vervoer aan, terwijl de vraag naar vervoer groeit en de vergrijzing ook toeneemt. Voor de leefbaarheid van de stad is goed OV erg belangrijk.

Het idee is dat de actieradius capaciteit van trolleybussen aanzienlijk vergroot wordt als ze zich tijdens het rijden kunnen opladen aan de bovenleiding en daarna een aantal kilometer op de batterij verder kunnen rijden, op routes waar nu nog ‘gasbussen’ rijden.

Daarmee kunnen zonder bovenleidingen ook dorpen in de omgeving, zoals Huissen of Elst bereikbaar worden voor trolleybussen. Maar denk bijvoorbeeld ook aan trolleyloze wijken zoals Vredenburg, die zo goed openbaar vervoer kunnen behouden. Je kunt dus combinatieroutes maken tussen dorpen en Arnhemse stadswijken.

Een jong bedrijf, EL-KW, zou een prototype maken die al in 2015 zou gaan rijden. Ze hadden daar geld voor gekregen van de gemeente en de stadsregio, maar ze kregen het niet op tijd voor elkaar om geld te vinden voor de bouw. Er was 500.000 euro extra nodig. EL-KW zei dat de gemeente had beloofd dat zij dat geld bij de provincie zou regelen. Dat is niet waar, maar ik kreeg daar de schuld van. Ten onrechte.

Het proces rondom hun aanvraag had beter gekund. Maar let wel: er had dus ook een bus kunnen rijden. Aan de andere kant speelde er ook een Europees samenwerkingsproject en met Duitse partners en steden is er ook gewerkt aan de ontwikkeling van Trolley 2.0. Een eerste bus is afgelopen week in Arnhem aangekomen. Prachtig!”

Je bent uiteindelijk in maart 2016 afgetreden. Ik hoorde via dat je je lidmaatschap van de SP had opgezegd. Klopt dat?

“Ja, dat verhaal klopt. Ze hebben me bij de SP echt hard laten vallen. Ik heb een bedankje gekregen van voorzitter Diane Kummeling en vanuit het landelijk partijbestuur ontving ik een bos bloemen. Maar vanuit de SP-fractie: helemaal niets. Bijna niemand uit de fractie heeft iets van zich laten horen. Ook van Gerrie Elfrink heb ik wekenlang niets gehoord.

Ik kwam Gerrie twee maanden na mijn vertrek een keertje toevallig tegen. Toen hebben we nog wel een afspraak gemaakt om te wandelen samen. Maar na een uur wandelen en praten was dat ook klaar. Ik heb hem daarna eigenlijk niet meer gesproken.

Wat bij mijn besluit om op te stappen bij de SP meespeelde, is het landelijke beleid ten aanzien van de zorg voor economische en oorlogsvluchtelingen. Binnen de SP is men bang dat er kiezers overstappen naar de PVV, dus ze zijn daar minder stellig over dan ze in mijn ogen zouden moeten zijn.

Ook op het vlak van duurzaamheid vind ik dat de SP zich meer zou moeten uitspreken. Aandacht voor klimaatverandering en milieuvervuiling zijn helemaal weg binnen de SP. Ik ben inmiddels lid geworden van GroenLinks. Die partij spreekt zich wel uit.

Ik ben trouwens niet de enige Arnhemse SP-er die afgelopen jaren zijn lidmaatschap heeft opgezegd. Er zijn ongeveer 150 leden weggegaan, op ongeveer 600 leden. Vaak in golven, vanwege politieke discussies zoals rondom Stadsblokken of het nieuwe filmhuis.

Wat doe je tegenwoordig?
Na mijn vertrek als wethouder ben ik begonnen met een studie tot verkeerskundig ingenieur. Vanwege mijn werk als wethouder Mobiliteit krijg ik vrijstellingen en kan er tempo worden gemaakt. Ik hoop mijn studie over een jaar of anderhalf jaar af te ronden.

Ondertussen ben ik afgelopen jaar aan de slag gegaan bij de Vereniging Openbaar vervoer Centrumgemeenten (VOC). Dat is een vereniging die ontstaan is vanuit de VNG. Binnen de VOC werken 29 gemeenten, waaronder Arnhem, samen in het verbeteren van infrastructuur, mobiliteit en openbaar vervoer.

Wij vormen ons nu om tot een vereniging die zich bezighoudt met gemeentelijk mobiliteitsbeleid en alle veranderingen die effect daarop gaan hebben. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatverandering en toenemend gebruik van data.“

Heb je in je nieuwe baan ook te maken met je opvolger Geert Ritsema?
Nee, niet rechtstreeks. Ik ben Ritsema vlak na zijn aanstelling als wethouder een keer tegengekomen op een symposium. Hij zei toen dat hij niet verwacht dat hij tegen problemen aanloopt binnen het college omdat hij een dikkere huid heeft als ik.

Ik dacht: wat denk je nou eigenlijk wel? Je ontmoet me nu voor de eerste keer en je denkt meteen dat je een soort van doctor Phil-achtige diagnose over de dikte van mijn huid kunt stellen.

Het heeft na mijn vertrek vrij lang geduurd voordat de SP een opvolger gevonden had. Ik hoorde dat er een aantal kandidaten benaderd zijn die zijn afgehaakt omdat ze niet met Gerrie Elfrink wilden samenwerken. Uiteindelijk werd het dus Geert Ritsema.

Hij zat er afgelopen week precies een jaar. Ik constateer wel dat het moeilijk gaat. De uitwerking van de Woonvisie is versmald tot ‘Wonen in het Groen’. Dat heeft het niet gehaald. En zijn bereikbaarheidsvisie moet hij op last van de gemeenteraad herschrijven.

Die bereikbaarheidsvisie was iets waar jij al mee bezig was.
Dat is niet waar. Ik werkte aan een parkeernota. Bij mijn vertrek uit B&W was die parkeernota eigenlijk al klaar. Er hoefde alleen nog maar een collegebrief bij en dan had hij aan de gemeenteraad gestuurd kunnen worden.

Ritsema heeft dat groter gemaakt door van de parkeernota een hele bereikbaarheidsvisie te maken. In het stuk dat hij twee maanden geleden aan de gemeenteraad gestuurd heeft, zaten nog maar een paar onderdelen die ook in de parkeernota stonden, en dat waren met name oplossingen op de lange termijn.

Ik had een andere visie. Parkeren neemt veel ruimte in, en die ruimte moet je eerlijk verdelen. Aan de andere kant is parkeren vaak de eerste kennismaking met de stad en een van de weinige kapitaalgoederen die de gemeente heeft. Dus besteed niet alleen aandacht aan parkeerruimte, maar maak het leuker en simpeler om je auto kwijt te kunnen. De commerciële kwaliteit van het parkeren kan hoger: station Arnhem Centraal ziet er piekfijn uit, maar in parkeergarage Rozet rijd je een krappe jaren zeventig-garage binnen.

Wat je nu ziet is dat er overal in de binnenstad straatparkeerplaatsen verdwijnen. Meer dan 300 parkeerplaatsen zijn er al weg. Toen ik nog in het college zat, heb ik er altijd voor gepleit dat dat verlies aan parkeerplaatsen gecompenseerd zou worden. Prima om ruimte te geven aan de beek door de binnenstad en de Markt weer een marktplein te laten zijn. Maar je kunt niet doorgaan met het weghalen van parkeerplaatsen zonder dat je daar op een of andere manier geen alternatief voor aanbiedt.

Nu de Markt autovrij is zie je dat de Q-parkgarage aan de Broerenstraat op doordeweekse dagen regelmatig vol staat. Dat zijn geen auto’s van winkelend publiek, maar dat zijn de auto’s van mensen die in de rechtbank en op het provinciehuis werken.

Om parkeerproblemen te voorkomen had ik het plan om de hele Lage Kade bij de John Frostbrug tot ongeveer de Oude Kraan in te richten als parkeerplaats voor mensen die in de buurt werken, bewoners en bezoekers. Je kunt daar met gemak 200 auto’s kwijt. Ontsluiting van die parkeerplaats kan via de Oude Kraan en via de Westervoortsedijk. En dat tegen een laag dagtarief. Auto’s dus aan de rand van de binnenstad opvangen en daarnaast kijken naar Waterberg en Gelredome als transferia. Na mijn vertrek heb ik daar nooit meer iets van gehoord.

Je hebt nu wel P7 onder de John Frostbrug, maar dat staat belabberd aangegeven. Investeer alsjeblieft een ton in goede bewegwijzering. Dat heb je er via de opbrengsten binnen een jaar uit. Ik heb wel al maatregelen getroffen die de centrumring verbeterd hebben, maar er is veel blijven liggen.”

Tot slot. Het college van B&W moet het nog negen maanden uitzingen tot aan de gemeenteraadsverkiezingen. Wat verwacht je?
“Waar ik vooral heel nieuwsgierig naar ben, is de periode ná de gemeenteraadsverkiezingen. Ik verwacht dat er na de verkiezingen een college komt van D66, GroenLinks, VVD en CDA. Ik denk dat deze personele bezetting haar houdbaarheidsdatum heeft gehad. Als je voor een derde periode wethouder bent, dan vallen alle lijken uit de kast.

het zou mij niet verbazen dat Gerrie Elfrink voor de vijfde keer lijsttrekker wordt. Als hij slim is, doet hij dat niet. Elfrink is in zeven jaar als wethouder arroganter geworden dan de PvdA in vijftig jaar. Maar wie is er verder nog over bij de SP? Cris Lenting, Jurgen Elfrink, Luuk van Geffen, Paul Kusters: vrijwel iedereen stopt.

De komende negen maanden worden interessant om te volgen. Nu de ChristenUnie uit het college is gestapt, hebben de collegepartijen geen meerderheid meer.

De slagers vragen zich af hoe het verder moet, nu al het vee is afgeslacht en de slachterij een dringend personeelstekort heeft.

Ik denk dat Martijn Leisink namens het college op zoek gaat naar een nieuwe partner die het college wil steunen. Ze missen maar één stem.

D66, SP en CDA hebben 19 zetels. 20 zetels is een meerderheid. Dus iedere partij kan ze aan een meerderheid helpen. Maar ik vraag me af of er binnen de gemeenteraad een oppositiepartij is die in deze situatie nog haar steun wil geven aan B&W.

Je hebt gezien hoe D66 omgaat met mensen die niet in de pas lopen: je krijgt debatverzoeken, tweets en negatieve pers cadeau. Geen open gesprekken over de inhoud maar messentrekkerij. Dat is hoe de grootste bestuurspartij schijnbaar wil werken.”

Reacties