Duurzame ambities moeten van oranje naar groen

Visualisatie van de duurzame ambities van de gemeente Arnhem. Het resultaat blijft nog een beetje achter.

ARNHEM – De duurzame ambities van de gemeente Arnhem zijn hoog. Toch schiet het nog niet heel hard op om die ambities waar te maken. In een rekenkamerrapport worden een paar verbeterpunten genoemd.

Arnhem heeft grote ambities met betrekking tot de energietransitie naar duurzame energiebronnen. Op de pagina New Energy Made In Arnhem staat in ronkende taal die ambitie omschreven.

“In 2020 staat Arnhem in Nederland en erbuiten bekend als dé stad waar bedrijfsleven en onderwijs doorbraken creëren op het gebied van duurzame elektriciteit. Er liggen 125.000 zonnepanelen op daken, die zoveel mogelijk gekoppeld zijn aan laadpalen voor elektrische auto’s. Er zijn ook vijf zonnevelden en vier windturbines gebouwd.”

Arnhem wil in 2020 in totaal 14 procent van de energiebehoefte duurzaam opwekken. De realiteit staat haaks op die ambities. Uit de laatste cijfers (2015) blijkt dat Arnhem met 0,8 procent duurzame energie ver achterloopt bij haar ambities.

Omdat dat besef ook bij de gemeenteraad was doorgedrongen, heeft de Rekenkamer afgelopen jaar opdracht gekregen om te onderzoeken waar het mis gaat. Dat rapport wordt deze maand besproken door de gemeenteraad.

In het rapport, met de enigszins suffige titel ‘Oranje is het nieuwe groen’, worden een aantal belangrijke verbeterpunten genoemd om de kloof tussen realiteit en ambitie te overbruggen.

Vrijblijvendheid
Allereerst concludeert de Rekenkamer dat de ambities van de gemeente weliswaar hoog zijn, maar dat ze vooral weinig concreet zijn. Hoe het pad eruit ziet naar de 14 procent duurzame energie is eigenlijk niet duidelijk.

“Terwijl de verantwoordelijken bij elke actie benoemd worden, is de exacte rolverdeling, het initiatief en de verwachte inzet van actoren en partners niet duidelijk. Daarnaast wordt er geen tijdspad met begin- en einddatum aangegeven”, aldus de Rekenkamer.

Die conclusie sluit aan bij de mening van ongeveer honderd bedrijven en instellingen die zich in Arnhem bezighouden met duurzame energie, zoals de Rijn & IJssel Energie Coöperatie. Zij noemen de opstelling van de gemeente “vrijblijvend”.

“Voor met name de grotere bedrijven geldt dat zij alleen een initiatief nemen als zij daar een rendabele business case onder kunnen leggen”, aldus de Rekenkamer.

Minder terughoudendheid gemeenteraad
Een andere conclusie die de Rekenkamer trekt is dat de gemeenteraad in het hele verhaal te terughoudend is. Bovendien heeft de gemeenteraad meer oog voor bezwaren van bewoners dan voor het realiseren van de duurzame doelstellingen.

De Rekenkamer: “De focus lag vaak op de ‘negatieve’ gevolgen voor bewoners van beleidsmaatregelen of projecten op de korte termijn, terwijl voorbijgegaan werd aan de negatieve effecten van klimaatverandering op de langere termijn en de doelstellingen van het programma.”

Te weinig budget
Het derde knelpunt dat genoemd wordt is een beperkt budget. Er wordt door veel mensen binnen de gemeente weliswaar met veel enthousiasme gewerkt aan de doelstellingen, maar dat budget is niet toereikend om de ambities te realiseren.

Door het vrijmaken van extra financiële middelen en (daardoor) meer mankracht, moet het mogelijk zijn om meer vaart te maken, denkt de Rekenkamer.
“Het lijkt moeilijk de ambities te realiseren zonder dat er meer capaciteit beschikbaar wordt gesteld.”

In een stoplichtmodel in het rapport wordt geconcludeerd dat het sein in de meeste gevallen staat op oranje. In het verkeer in Nederland is dat in het verkeer een teken voor het verkeer om te stoppen.

De Rekenkamer vergelijkt de situatie liever met Duitsland. Daar is oranje in het verkeer ook het teken dat het stoplicht zometeen op groen staat.

“De Duitse hantering is de basis van onze boodschap: oranje is dan ook een positieve kwalificatie: ‘al gedeeltelijk resultaat, nu vooruit!'”, aldus de Rekenkamer.

Reacties