Lijmpoging Arnhemse coalitie alleen zinvol wanneer D66 verandert

De fractievoorzitters van de coalitiepartijen bij de presentatie van de nieuwe coalitie in mei 2018. V.l.n.r.: Martien Louwers (PvdA), Sabine Andeweg (D66), Cathelijne Bouwkamp (GroenLinks) en Leendert Combée (VVD) - foto via: @sabineandeweg

Deze week gaven verkenners Jan Markink en Rutger Groot Wassink hun advies over het oplossen van de Arnhemse coalitiebreuk. Lijmen is volgens hen de meest realistische optie omdat serieuze alternatieven ontbreken. Maar het lijmen van de Arnhemse coalitie is volgens de verkenners alleen mogelijk wanneer met name D66 haar opstelling verandert.

Door: Patrick Arink

“Waar er twee vechten, hebben er twee schuld”, zo luidt het gezegde. Maar uit het vijf pagina’s tellende advies waarmee de verkenningsronde is afgesloten, blijkt dat er eigenlijk maar één partij verantwoordelijk wordt gehouden voor de huidige coalitiebreuk.

Een conflict over noodzakelijke bezuinigingen in de zorg vormde in juni van dit jaar de aanleiding voor de coalitiebreuk. GroenLinks en PvdA zegden de samenwerking op met coalitiepartners VVD en D66.

Jan Markink (VVD) en Rutger Groot Wassink (GroennLinks) werden als verkenners aangesteld om te onderzoeken hoe de crisis opgelost kan worden.

“Inhoudelijke tegenstellingen lijken relatief eenvoudig op te lossen”, schrijven de verkenners. “Inhoudelijke knelpunten zijn niet het struikelblok voor continuering van de samenwerking.”

Kern van het probleem

Volgens Markink en Groot Wassink ligt de kern van het probleem bij de manier van politiek bedrijven. In het advies wijzen vrijwel alle pijlen in de richting van D66, en dan met name in de richting van fractievoorzitter Sabine Andeweg.

Hoewel er in het advies geen namen genoemd worden, is voor politieke volgers haarfijn duidelijk wie er bedoeld wordt in onderstaande woorden van de verkenners.  Wanneer de wolligheid in het advies wordt weggehaald, blijven onderstaande letterlijke citaten over:

  • “In de raad heerst volgens velen een harde, onveilige, gepolariseerde cultuur waar het beschadigen van een politieke opponent belangrijker lijkt dan inhoudelijke samenwerking. Sommige coalitiepartijen voeren vanuit de raad oppositie tegen het college.”
  • “Hoofdprobleem is de verstoorde verhoudingen tussen (sommige) fractievoorzitters en fracties van de coalitiepartijen en tussen sommige fractievoorzitters en collegeleden.”
  • “Er is te weinig bereidheid om fractiestandpunten ter discussie te stellen. Fracties gunnen elkaar weinig, hetgeen leidt tot weinig bereidheid het compromis van de ander te zien.”
  • “Er is een doorbraak in gedrag, houding en posities noodzakelijk. Voorwaarde voor het slagen van een lijmpoging is een fundamentele, structurele gedragsverandering.”

Rapport Frissen

Het advies van de verkenners resoneert sterk met het rapport dat hoogleraar Bestuurskunde Paul Frissen bijna twee jaar geleden schreef over de Arnhemse bestuurscultuur. Met name de toenmalige coalitiepartijen D66 en SP kregen er in dat rapport van langs vanwege hun manier van politiek bedrijven.

Net als in het huidige advies concludeerde Frissen dat er sprake was van een harde en onveilige cultuur in de Arnhemse politiek en dat er een radicale gedragsverandering noodzakelijk was.

De conclusies uit het rapport Frissen werden door vrijwel alle partijen in de gemeenteraad geaccepteerd. Slechts één partij weigerde om de conclusies van Frissen over te nemen.

“Ik herken mij niet in het beeld dat in het rapport geschapen wordt”, zei fractievoorzitter Sabine Andeweg van D66 destijds. Volgens Andeweg stonden er in het rapport vooral meningen en vrijwel geen feiten. D66 legde de conclusies uit het rapport naast zich neer.

Coalitiepartners D66 en SP zagen ondanks het vernietigende rapport van Frissen geen aanleiding om hun opstelling ingrijpend te wijzigen. Paul Frissen realiseerde zich ook dat zijn rapport, een half jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen “niet meteen het meest gunstige gesternte” bood voor zelfcorrigerende maatregelen in de Arnhemse politiek.

“Wij bevelen aan deze verkenning mee te nemen in de collegeonderhandelingen.”

Verkiezingsuitslag

Voor het zover was, gaf de Arnhemse kiezer in maart 2018 bij de gemeenteraadsverkiezingen een duidelijk signaal af. Coalitiepartijen D66, SP en CDA werden gehalveerd en verloren samen maar liefst negen zetels.

D66 verloor drie van haar acht zetels, maar werd door verkiezingswinnaars GroenLinks en VVD gevraagd om samen met de PvdA een nieuw stadsbestuur te vormen. De hoop was dat de radicale gedragsverandering waar Frissen voor pleitte met een nieuw stadsbestuur tot haar recht kon komen.

“Geconstateerd moet worden dat het rapport Frissen niet tot verbeterde verhoudingen heeft geleid”, concluderen Jan Markink en Rutger Groot Wassink echter deze week.

Doorbraak in posities noodzakelijk

De negatieve cultuur in de Arnhemse politiek is door oppositiepartijen in gesprekken met de verkenners als belangrijk argument aangevoerd waarom zij niet staan te trappelen van enthousiasme om eventueel tot het college van B&W toe te treden. Het lijmen van de coalitiebreuk is daardoor de enige realistische optie die op dit moment op tafel ligt.

Maar een serieuze lijmpoging om de coalitie te herstellen heeft volgens de verkenners alleen zin als het roer radicaal omgaat in de manier waarop politici in Arnhem met elkaar omgaan.

“Een lijmpoging kan volgens ons alleen zinvol zijn als partijen laten zien er echt voor te willen gaan. Een oplossing kan alleen bestendig zijn als bij alle partijen de bereidheid bestaat langs verschillende lijnen op een fundamenteel andere manier te gaan werken.”

Nu er bijna twee jaar na het rapport Frissen wederom crisis is in de Arnhemse politiek en er nogmaals met de beschuldigende vinger naar D66 gewezen wordt, is het de vraag of er nu wel iets verandert in de opstelling van de partij.

Fractievoorzitter Sabine Andeweg heeft zich nog niet publiekelijk uitgelaten over het advies van de twee verkenners. Dat gebeurt waarschijnlijk volgende week woensdag, wanneer de gemeenteraad vergadert over het advies.

Het kan zijn dat Andeweg ervoor kiest om in het partijbelang terug te treden als fractievoorzitter. Hoewel Markink en Groot Wassink het niet met zoveel woorden zeggen, suggereren zij in de laatste zin van hun advies dat het verstandig zou zijn wanneer Sabine Andeweg haar positie als fractievoorzitter opgeeft.

“Er is een doorbraak in gedrag, houding en posities noodzakelijk”, schrijven de verkenners.

Reacties