Walburgiskerk: dé kerk van Gelderland

De buitenwerken van de Sabelspoort met op de achtergrond de Sint Walburgiskerk. Schilderij van Cornelis Springer uit 1841, collectie Museum Arnhem.

Arnhem kent een rijke geschiedenis. Ondanks de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog kent de stad nog veel gebouwen die aan het verleden van de stad herinneren. Een van de monumenten die daarbij vaak over het hoofd wordt gezien, is de Walburgiskerk. De 700 jaar oude kerk is de oudste kerk van Arnhem.

door Patrick Arink

De Walburgiskerk is sinds vorig jaar in gebruik als expositieruimte voor Museum Arnhem. Het museum op de Utrechtseweg wordt tot 2022 verbouwd en uitgebreid. Dankzij de expositieruimte die het museum in de tussentijd in de kerk heeft, is Museum Arnhem niet helemaal verdwenen.

De exposities die in de kerk te zien zijn, trekken meer bezoekers dan het museum had verwacht. De Walburgiskerk blijkt uitermate goed geschikt te zijn om kunst tentoon te stellen aan een breed publiek. De bezoekerscijfers overtreffen de stoutste verwachtingen.

Dat de Walburgiskerk momenteel dienst doet als expositieruimte, past in een lang rijtje aan eerdere functies die de kerk in de afgelopen 700 jaar heeft gehad. De kerk was eerder ook in gebruik als stal, wapenarsenaal, magazijn, soldatenverblijf en zelfs als gevangenis.

Kapittelkerk

De Walburgiskerk is van oorsprong een zogeheten kapittelkerk; een kerk voor kanunniken. Kanunniken zijn geestelijken die de drie geloften van kloosterlingen tot celibaat, armoede en gehoorzaamheid niet hoeven af te leggen. Deze kanunniken hebben in de veertiende eeuw de Walburgiskerk laten bouwen.

Het Walburgiskapittel bevond zich oorspronkelijk in Tiel. In 1315 hadden de kanunniken zich daar onmogelijk gemaakt door hoge pachtbedragen van de bevolking te vragen. De inwoners van Tiel kwamen in opstand, drongen de kerk binnen, wierpen een paar kanunniken van de toren en joegen de rest de stad uit.

De Gelderse graaf Reinald I schonk de kanunniken hierop zijn erf en de aanwezige gebouwen in Arnhem zodat zij een nieuwe kerk konden bouwen. Voorwaarde was wel dat de graaf zijn paarden kon blijven stallen. De graaf ondersteunde de verhuizing naar Arnhem verder door ook een reliek van het Heilig Kruis te schenken.

Het lijkt waarschijnlijk dat graaf Reinald I de verplaatsing van de kanunniken naar Arnhem bekostigde omdat hij in Arnhem het bestuurlijk zwaartepunt van zijn graafschap wilde vestigen.
Dat Arnhem het bestuurlijk centrum is van de provincie Gelderland en eerder van het hertogdom Gelre, heeft de stad dus mede te danken aan de komst van de Walburgiskerk.

Hof van Gelre

Tussen de oostoever van de Jansbeek en de stadsmuur, verrees in de loop van de veertiende eeuw de Walburgiskerk. In een tijd dat vrijwel alle huizen van hout waren, was de massieve, stenen kerk een imposant symbool van macht.

Uit middeleeuwse geschriften valt af te leiden dat de Walburgiskerk in 1369 voltooid was. Archeologen van de gemeente Arnhem vermoeden dat de kerk tegen de bestaande middeleeuwse stadsmuur van Arnhem is aangebouwd. De archeologen zouden liever vandaag dan morgen al gaan graven in en om de Walburgiskerk omdat uit historische bronnen is af te leiden dat ook het oude grafelijke hof van Gelre hier moet hebben gestaan.

Arnhemse meisjes

Net zoals eerder in Tiel, leidde de komst van de kanunniken tot enige ophef onder de bevolking. De kanunniken gedroegen zich niet altijd even devoot. Verschillende kanunniken hadden omgang met Arnhemse meisjes “thoe stegen en thoe straeten, dagelix voir oghen”. Iedere dag seks in het openbaar dus. Dat was ook in de middeleeuwen niet toegestaan.

Het stadsbestuur verbande de vrouwen uit de stad, maar nadat de kanunniken beterschap beloofden, mochten zij terugkeren.

Afgezien van het feit dat de Walburgiskerk in 1488 opnieuw moest worden ingewijd omdat priester Arend van Deventer in de kerk was doodgeschoten, bleef het tot halverwege de zestiende eeuw redelijk rustig in en om de kerk.

De Gelderse edelen hebben altijd veel betrokkenheid getoond bij de Walburgiskerk. Zo schonk hertogin Eleonora van Engeland meerdere malen aan de inventaris van de kerk. Hertog Willem van Gelre schonk gebrandschilderde ramen met een totale oppervlakte van 446 voet. Daarmee kon een groot deel van de grote vensters van de kerk worden voorzien van glasramen.

Beeldenstorm

Arnhem had zich, als bestuurlijk centrum van het hertogdom Gelre, ontwikkeld tot een stad van formaat. Onder heerschappij van hertog Karel van Gelre werd de Rijn bij Arnhem verlegd zodat de rivier langs de stad liep.

De groei van de stad leidde tot de bouw van meerdere grote kerken binnen de stadsmuren van Arnhem. Naast de Walburgiskerk kende Arnhem ook de Sint Janskerk, de Broerenkerk en de Eusebiuskerk.

De beeldenstorm van 1566 ging aan Arnhem voorbij, maar een tweede beeldenstorm in 1579 zorgde voor grote vernielingen in zowel de Eusebiuskerk als de Walburgiskerk. Vanaf dat moment was Arnhem een protestante stad. De katholieke Walburgiskerk verloor haar functie als religieus centrum. De kerk werd gebruikt om militairen in onder te brengen.

Tot aan het begin van de negentiende eeuw werd de kerk voor meerdere doeleinden gebruikt. Het grootste gedeelte van de tijd was het in gebruik als wapenarsenaal.

Lodewijk Napoleon

Dat veranderde in 1808. Koning Lodewijk Napoleon gaf de kerk weer terug aan de katholieken. Omdat de kerk in erbarmelijke staat verkeerde, gaf Lodewijk Napoleon de kerk bovendien 16.250 gulden om de kerk op te knappen.

Als eerste stad in Nederland kreeg Arnhem van Lodewijk Napoleon toestemming om de vestingwerken en de stadsmuren te verwijderen. Voor de Walburgiskerk betekende dit dat de kerk aan de achterkant kon worden uitgebreid. Uitbreiding van de Walburgiskerk was nodig om plaats te bieden aan alle parochianen.

In 1853 werd begonnen met de werkzaamheden, maar een deel van deze verbouwing bleek een jaar later voor niets te zijn. Een deel van de noordelijke toren stortte in, waardoor de kerk zwaar beschadigd raakte. In 1855 was de verbouwing voltooid. De toren was hersteld en de kerk was uitgebreid met een koor aan de achterkant van de kerk.

Een luchtfoto van de Walburgiskerk uit 1939.

Bouwpastoor

Bijna negentig jaar lang ging het goed. Tot aan de Slag om Arnhem. Een Duitse Messerschmidt die op 19 september 1944 de Britse posities bij de Rijnbrug bestookte, vloog tegen een van de torens. De kerk vloog hierop in brand en werd zwaar beschadigd.

De schade was zo groot dat na de oorlog lang is getwijfeld of de Walburgiskerk niet beter afgebroken kon worden. Mede door de inspanningen van pastoor Vos de Wael werd sloop uiteindelijk voorkomen.

Op 2 februari 1947 werd begonnen met de herstelwerkzaamheden. Daarbij is er naar gestreefd om de kerk zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat te herstellen. Wel werd het dak iets minder spits gemaakt dan in de vooroorlogse situatie.

De Walburgiskerk gezien vanuit de Beekstraat in 1951.

Op 1 mei 1951 werd er voor het eerst weer een heilige mis in de kerk gehouden. De kerk was nog niet geheel gerestaureerd, maar ‘bouwpastoor’ Vos de Wael was overleden en de eerste dienst in de kerk was de uitvaartmis. Pastoor Vos de Wael wordt met een speciale herdenksteen op de vloer van de Walburgiskerk geëerd.

Vanaf de jaren zeventig kreeg de Walburgiskerk, net als andere kerken in Nederland, te maken met ontkerkelijking. Het kerkbezoek liep in de jaren erna steeds verder terug. In 2013 werd besloten de Walburgiskerk uit de kerkdienst te onttrekken. In 2018 werd de kerk gekocht door projectonwikkelaar Theo de Rijk. In samenwerking met Monumentenwacht en andere organisaties heeft De Rijk eerder ook andere monumentale panden in Arnhem aangekocht en gerestaureerd.

Welke functie de Walburgiskerk krijgt na 2022, wanneer Museum Arnhem terug verhuist naar haar onderkomen aan de Utrechtseweg, is nog onbekend. Duidelijk is wel dat de rijke geschiedenis van de Walburgiskerk nog lang niet voltooid is.

—-

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Narrativium.nl

Reacties