Oud-minster Jan Pronk laat zich politiek-correct uit over Roma op Arnhemse conferentie

Op 17 september jl. organiseerde Bridge to the Future een congres met als thema Verwerking.

Inleiders waren oud-minister Jan Pronk, rabbijn Awraham Soetendorp en generaal-majoor Mart de Kruif. Verder sprak prof. dr. Paul Sars van de Radboud Universiteit met de Duitse journaliste/schrijfster Sabine Bode. Er werd stichtelijk gesproken maar een politieke brug naar de toekomst werd niet geslagen.

Oud-minister van ontwikkelingssamenwerking en VROM Jan Pronk was één van de conferentiesprekers. Hij werd tijdens de Tweedewereldoorlog in Den Haag geboren, maar was te jong om de verschrikkingen echt te kunnen vatten. Nadien bleven oorlogservaringen van volwassenen hem intrigeren. Pronk: ‘De ondervindingen van mijn ouders leverden de context van mijn eigen belevenissen. Ik zag mensen voor de gaarkeuken staan en was er getuige van dat mensen uit de rij werden geplukt door mannen in uniform.’ Het adagium: Dit nooit meer, werd voor hem leidraad. Het inspireerde hem later om ‘alle ellende in de wereld’ op te zoeken en te proberen er wat aan te doen.

Rabbijn
Aan het betoog van Jan Pronk ging de rede van Awraham Soetendorp, voormalig rabbijn van de Joodse gemeente in Den Haag, vooraf. Ook hij vertelt over de oorlog en zijn onderduikjaren, die hij gescheiden van zijn ouders, doorbracht in Velp. Hij schaamt zich voor de wereld van vandaag. Stichtelijk zegt hij zich te schamen voor de wereld van vandaag. ‘Eén miljard mensen heeft geen schoon drinkwater. Het was een alliantie die Europa bevrijdde. Waarom is er geen alliantie om de wereld te verbeteren?’

Afghanistan
Generaal-majoor Mart de Kruif, voormalig ISAF-commandant in Afghanistan en plaatsvervangend commandant Landstrijdkrachten, gaat nader in op de moderne veteraan. Hij benadrukt niet objectief te zijn wanneer hij het congresthema “verwerking” behandelt. Zijn belangrijkste verwerkingstip is: ondersteun het thuisfront. Vooral dat moet de veteraan opvangen. Maar bijna net zo belangrijk vindt hij goede hulp van defensie na terugkomst uit een oorlogsgebied. ‘Gelukkig doen we het nu beter dan vroeger toen mannen terugkwamen uit Korea en Nieuw-Guinea.’ Hij voegt toe: ‘Vrijheid moet je onderhouden. En dat geldt ook voor ons land. We mogen niet wegkijken als ambulancebroeders of brandweerlieden worden belaagd als zij hun werk uitvoeren.’

Naoorlogse generaties
Tot slot ondervraagt hoogleraar Duits P. Sars van de Radboud Universiteit de journaliste en schrijfster Sabine Bode (1947). In 2004 schreef ze Die vergessen Generation. Die Kriegskinder brechen ihr Schweigen. Daarin laat ze kinderen uit de oorlogsjaren aan het woord. Die zijn nu veelal met pensioen. Bij velen komen de herinneringen naar boven, en daarmee ook de angsten, vaak zelfs onverwerkte belevenissen uit de oorlog. Haar recentste boek heeft als titel Kriegsenkel, Die Erben der vergessen Generation. Dit boek gaat over de sporen die de oorlog in veel families naliet in de tweede en derde generatie. Als “Vredeskinderen” zijn zij in een tijd van welvaart opgegroeid. Het ontbrak hen aan niets. Bode: ‘Of toch wel? Waarom hebben velen het gevoel niet precies te weten wie men is en waarheen men wil? Waar liggen de oorzaken voor de diffuse angst voor de toekomst? Komt de onzekerheid van de ouders, die hun oorlogservaringen niet verwerkten?’

Academisch
Volgens Bode erkenden naoorlogse generaties Duitsers de verschrikkingen van de Tweedewereldoorlog onvoorwaardelijk. Bode: ‘Maar dat was een academische erkenning. Nu kampen velen met gevoelens en onzekerheden die hun oorsprong in het verleden hebben.’ Ze bedoelt dat hun ouders niet over de oorlog wilden of konden praten. Die nare periode was voorbij. Het devies was jezelf op de toekomst concentreren. ‘Kriegsenkel ervaren nog steeds de gevolgen van de Tweedewereldoorlog. Een oorlog die al 65 jaar geleden eindigde.’

Subjectieve nabeschouwing
Het thema van deze conferentie was Verwerking. Alle bijdragen pasten hierbinnen. Maar het is onbevredigend als uit het onderwerp geen politieke uitspraken volgen. Een vraag uit de zaal aan Jan Pronk over wat hij van de recente Roma-uitzettingen in Frankrijk vindt, beantwoordt hij geroutineerd. Eurocommissaris Viviane Reding had het niet met de Nazi-praktijken mogen vergelijken, zegt hij. En hij vindt het goed, dat de Franse afdeling van Artsen zonder Grenzen aan de bel trekt. Maar Pronk houdt zich keurig aan het congresthema. ‘Ik wil het niet goed praten, maar ik kan hier geen politieke uitspraken doen. Ik was in een Roma-kamp bij Parijs. Wat ik daar zag, tart elke beschrijving. Het is daar erger dan in welk vluchtelingenkamp dan ook.’ Hij vindt het een reuze probleem, dat de oplossingscapaciteit van de Fransen te boven gaat. ‘Op Roma valt ook wel wat aan te merken. Zij willen vaak niet anders. Velen zijn statenloos en overheden kunnen met hen doen wat ze willen. Er moet supranationaal naar een oplossing worden gezocht.’

De organisatie Bridge to the Future mag – wat mij betreft – volgend jaar wat meer politiek in haar programma doen. Herdenken is mooi, maar de Future is al lang begonnen. Wat is de impact van herdenken? Memoreren alleen, is loos. Of moeten we over Roma of Palestijnen andere congressen bezoeken? Deden de ca. 130 congresbezoekers een plas en bleef alles zoals het was?

Reacties

Over de auteur

Kees Crone
Kees Crone is journalist en columnist. Hij publiceerde een aantal boeken over Arnhem en schrijft regelmatig op Arnhem-Direct. Hij is bovendien secretaris van de Vereniging Stadsschoon Arnhem.

Wees de eerste die reageert op "Oud-minster Jan Pronk laat zich politiek-correct uit over Roma op Arnhemse conferentie"

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*