Culturele hoofdstad vermijdt communicatievalkuil

{

Wie woont en werkt in een stad die niet alleen historische (ijs)kelders heeft maar ook kampioen ondergronds bouwen (met groene compassie) wil worden, loopt het risico om steeds vaker in dezelfde kuilen te vallen. Dat geldt vooral voor valkuil nummer één: het verdefiniëren van een stedelijk vraagstuk tot een huisvestingsprobleem.

Het framen van stadsontwikkelingsproblematiek als (ver)bouwopgave maakt de discussie makkelijker en geeft voer voor nieuwe oude namen voor vergeten stadswijkjes. Maar het helpt de stad niet veel verder.

Marxmobiel
Het bouwkader verschuift de aandacht van mensen naar plannen. Van noodzaak naar financierbaarheid. Van functionaliteit naar iconiteit. Van ruimte naar techniek. Van mobiliteit naar plattegrond. Van beweging naar verstening. Van programma naar gebouw. Dat is leuk voor stadsdebatten, rekenmeesters en bouwbedrijven. Maar hebben de mensen voor wie de plannen zijn bedoeld er ook iets aan? Juist in de “creatieve economie”, waar Arnhem zich ook mee wil onderscheiden, nemen mensen hun werk en ideeën relatief gemakkelijk mee naar een andere plaats. Zij zijn, in tegenstelling tot de boeren en fabrieksarbeiders uit de tijd van Marx en Engels, bij uitstek mobiel. Waarom gaat er dan ook in sociaalculturele economiedebatten altijd weer zoveel aandacht naar plannen voor langdurige huisvesting op nauwkeurig afgebakende aparte plaatsen? Het gaat toch niet over criminelen die in een stadsgevangenis moeten worden opgesloten?

Cultureel ontengen
Soms is een pars pro toto (Arnhem=mode) handig als richtinggevend concept. Maar wat doe je dan met de rest? Die betrek je er niet bij door nog verder te reduceren en verengen (Arnhem=modestad, Klarendal=modewijk, Arnhem=Klarendal). Maar het helpt ook niet om mode eerst weer te verbreden tot cultuur en dat dan weer op een andere plaats te clusteren. De rest van het geheel laat zich niet vangen in een enkel (ver)bouwplan of een cultuurfabriek met een nieuw hek erom.
Een Culturele Hoofdstad van het Oosten heeft iets anders nodig dan bouwsteigerplannen. Het huisvestingsprobleemframe zet leuke nieuwe stipjes op de plankaart, maar als omwonenden en publiek alleen onbetaalbare kantoren, lege winkels en halfgefinancierde bouwputten kunnen komen bewonderen blijft het programma beperkt tot historische architectuurwandelingen.
Gelukkig worden er zelfs in Rijnboog programma´s helemaal zonder ontwerptekeningen en bouwsteigers gemaak. Met, voor en door gewone ondernemers en bewoners, en niet exclusief voor modewijkontwerpmaten.

Steun ons en teken het manifest!

Reacties

Geef een reactie on "Culturele hoofdstad vermijdt communicatievalkuil"

Geef een reactie

Je mailadres wordt niet gepubliceerd.


*