Al vroeg in het jaar is het in Arnhem langdurig warm, met zelfs tropische temperaturen. Weermodellen voorspellen voor de langere termijn een hete zomer. Vooral de binnenstad en de wijken eromheen kampen met zogenaamde hittestress omdat ze een hitte-eiland vormen. In het algemeen kan het in zo’n hitte-eiland tot wel 6 à 10 graden warmer worden dan buiten de stad. Fonteinen, groen en airco’s kunnen op kleine schaal voor afkoeling zorgen. Arnhem beschikt echter ook over een enorm natuurlijk koelsysteem. Dit stuwt door het dal van de Sint Jansbeek frisse lucht vanaf de Veluwe en de parken Gulden Bodem, Zypendaal en Sonsbeek naar de binnenstad. Hoe werkt deze natuurlijke airco en hoe kan de werking ervan verbeterd worden?
(Tekst Henk Donkers)
Het is alweer ruim vijftien jaar geleden dat er in Arnhem, op uitnodiging van de toenmalige milieuwethouder Margreet van Gastel, een internationale bijeenkomst plaatsvond over het verminderen van hittestress in steden. Arnhem had een jaar eerder in het kader van het Europese Future Cities-project laten onderzoeken of er in Arnhem hitte-eilanden waren. Op hete dagen reden stadsmeteorologen van de Wageningen Universiteit met een bakfiets vol meetapparatuur door de stad en de omgeving. Er werden temperatuurverschillen gemeten tot 7 graden. Vooral na zonsondergang, want dan daalt de temperatuur in het groene buitengebied veel sneller dan in de stenige (binnen)stad. Later hebben ze voor Arnhem een Hitte-Attentie-Kaart ontwikkeld. Hieronder daarvan een uitsnede.

Hitte-Attentie-kaart
De rode gebieden (Centrum, Spijkerkwartier, Klarendal, Sint Marten, Burgemeesterswijk) hebben het meeste last van hittestress, de gele het minste. De rode gebieden warmen door hun stenige bebouwing overdag het meeste op en koelen ’s avonds en ’s nachts het minste af. De donkerblauwe gebieden (de bossen op de Veluwe en de uiterwaarden langs de Nederrijn) produceren koelte evenals de lichtblauwe gebieden (parken Angerenstein en Presikhaaf). Door de grijze gebieden stromen verkoelende luchtstromen (groene pijlen) door valleien van hoger gelegen gebieden naar de stad. Midden op de kaart ligt de vallei van de Sint Jansbeek met de parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. De stippellijn bovenin is de waterscheiding.
Producenten van koelte
De grote aaneengesloten bossen op de Veluwe produceren het meeste koele lucht, meer dan de open gebieden langs de Nederrijn of geïsoleerde parken als Angerenstein en Presikhaaf. Bomen verdampen veel water (evapotranspiratie). Daarvoor onttrekken ze warmte aan de lucht die daardoor afkoelt. Bomen blokkeren ook de directe instraling van de zon (schaduw) wat de temperatuur ook verlaagt. Hoe groter de bomen en hoe groter de bosarealen, des te meer verdamping, schaduw en dus koelte. Struiken, gras en losstaande (straat)bomen zorgen ook voor verkoeling maar veel minder. Bossen nemen overdag niet alleen minder warmte op, maar staan die ’s avonds en ’s nachts ook sneller af.
Verkoelende luchtstromen
Het bijzondere van Arnhem is dat de koele bossen veel hoger liggen dan de stad. Omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht, zakt de koele lucht langzaam van de hogere beboste delen naar beneden door valleien, die gevormd zijn in de ijstijden. In één van die valleien – die van de Sint Jansbeek – liggen de parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. Deze vallei fungeert als een brede corridor waardoor koele lucht tamelijk onbelemmerd over de vijvers en graslanden naar de stad kan stromen.
De verkoelende luchtstromen door de Jansbeekvallei worden niet alleen gevoed door de bossen aan de overkant van de Schelmseweg, maar ook door die op de hogere delen van Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. Samen met de open graslanden en waterpartijen vormen ze één groot koelsysteem, een soort natuurlijke airco. Zie daarvoor ‘De natuurlijke airco in beeld’ aan het einde van dit artikel.
Spoordijk als hindernis

De werking van dit koelsysteem zou echter nog verbeterd kunnen worden. Allereerst zou de barrièrewerking van de spoordijk verminderd kunnen worden door er grote openingen in te maken à la de Zijpsepoort. De beste locatie daarvoor is het verlengde van de De la Reijstraat waar de Jansbeek nu door een kleine opening onder de spoordijk door stroomt.

De Arnhemse binnenstad die door de spoordijk gescheiden wordt van de veel koelere parken, is nu een belangrijk hitte-eiland en kan wel wat extra koeling gebruiken. Iedereen die op een warme zomeravond vanuit de binnenstad onder Zijpsepoort de Zijpendaalseweg op fietst, merkt meteen het grote temperatuurverschil. Het is voorbij de spoordijk een stuk koeler. Het verschil zie je ook vaak ’s ochtends vroeg als zich boven de Sonsbeekweide een grondmist vormt door de afkoeling ter plekke en door de nachtelijke aanvoer van koele lucht uit de hogere delen van het dalsysteem.

Probleem daarbij is wel er nieuwe hindernissen opduiken in de vorm van hoge bebouwing langs de Jansbuitensingel. Daar zou dan ergens een opening in moeten komen. De Jansbeek zelf transporteert overigens in de vorm van koel water ook koelte van de parken naar de binnenstad, zeker sinds die deels zichtbaar gemaakt is.
Handhaving open-dalstructuur
De open-dalstructuur van het Jansbeeksysteem moet niet alleen gehandhaafd worden, maar kan ook versterkt worden door verwijdering van obstakels voor luchtstromen. Gebouwen als Huize Zypendaal en het Gouverneurshuisje zijn wel een sta-in-de-weg, maar moeten uiteraard ontzien worden vanwege hun cultuurhistorische waarde. Wel zou dicht struikgewas en geboomte aangepakt kunnen worden voor zover dat past bij het herstel van oude zichtlijnen, historische lanen, open ruimtes en waterstructuren zoals bedoeld in het door Strootman Landschapsarchitecten opgestelde ontwikkelingsplan om de parken toekomstbestendig te maken.

Bomen met hoge kronen
Nu het bomenbestand in de parken toch verjongd en klimaatbestendiger moet worden, zou bij de keuze van nieuwe bomen ook gelet kunnen worden op hun invloed op de luchtcirculatie. Zo bevorderen hoge, doorlatende kronen de luchtstromen en belemmeren lage, brede kronen deze. Dat laatste geldt ook voor bomen met zeer dichte kronen, grote bladeren en veel bladmassa. Bomen als linde, iep, zomereik, esdoorn, plataan en tamme kastanje bevorderen de luchtcirculatie; beuken, dennen, sparren en Amerikaanse eik belemmeren deze.
Ten slotte kunnen er ook buiten de parken maatregelen genomen worden die de werking van de natuurlijke airco versterken zoals vergroening van straten, pleinen en daken.
Het mooie van Sonsbeek, Zypendaal en Gulden Bodem is dat ze niet ontworpen zijn als koelsysteem, maar dat de esthetische keuzes die de ontwerpers destijds maakten (open zichtlijnen, brede lanen, waterpartijen, grazige weiden, beboste hellingen) perfect aansluiten bij wat Arnhem nu nodig heeft om af te koelen in een opwarmend klimaat.
DE NATUURLIJKE AIRCO IN BEELD, VAN HOOG NAAR LAAG



Heel interessant, dankjewel Henk!