Drieluik Binnenstad Arnhem 2.0, deel 3 De kleren van Arnhem.

Naast de bouwstijlen van gebouwen, zijn de straataankleding en de verlichting net zo belangrijk. Iets waar sinds de bekendmaking van de beste binnenstad in 2007 geen verandering meer in heeft plaatsgevonden.

Waar de rode baksteen aanvoelt als een outlet-omgeving of een versufte winkelstraat in een dorp, maar waar ook geen hoogteverschillen zijn en waardoor de binnenstad van Arnhem er niet veel beter uitziet dan een willekeurig overdekt winkelcentrum.

Een oud stadscentrum haalt juist zijn charme uit het feit dat er een verschil bestaat tussen een stoep en de straat. Daarbij wordt gebruik gemaakt tussen twee verschillende soorten stenen. Dat is weliswaar al aanwezig in Arnhem, maar dat wordt nodeloos onderbroken door de rode bakstenen.

Hierbij kan de stoep op de juiste hoogte worden gebracht. Daardoor worden alle panden gelijkvloers aangesloten op de stoep, waar de stoep om en om een helling/verlaging heeft die op zijn beurt aansluit op de straat. Daarmee zou de stad Arnhem niet alleen investeren in beter ogende binnenstad, maar ook meteen voldoen aan de eis dat alle openbare panden toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers.

Ook moet Arnhem gebruik gaan maken van ‘oude’ verlichtingsarmaturen en straatmeubiliar. Zo zou je de sfeer en charme van de oude stad terug kunnen brengen. Daarbij moet de verlichting in de gehele binnenstad dezelfde standaarden volgen. Hiermee creëer je een eenheid in de binnenstad. Die eenheid is nu ver te zoeken.

Er word teveel gebruik gemaakt van verschillende vormen van verlichting met diverse kleuren. Mijn voorstel is dan ook om een kleurcode te hanteren voor de binnenstad. Het ligt voor Arnhem dan voor de hand om de kleurencombinatie wit/blauw te hanteren, waarbij de witte kleur de dominerende kleur is en waar blauw de ondersteunende kleur vormt.

Van Haagje van het Oosten naar Hofstad van het Oosten.

Een oude bijnaam van Arnhem is het Haagje van het Oosten. Deze naam is mede te danken aan de volksverhuizing in het begin van de 20e eeuw, toen gegoede burgerij uit Den Haag naar Arnhem trok (vooral vanwege buitenplaatsen).

Laten we in deze traditie dan ook een ander Haags fenomeen omarmen die deels al aanwezig is in Arnhem: hofjes.

In plaats van grote kale en kille pleinen, zouden we in Arnhem meer gebaat zijn bij kleinere, intiemere pleintjes danwel hofjes. Die hofjes dienen natuurlijk wel openbaar toegankelijk te zijn. Verstedelijking hoeft niet per se te betekenen dat vergroening niet kan. Het één sluit het ander niet uit.

Daarnaast moet je het wiel nooit opnieuw willen uitvinden. Een goed voorbeeld dat weinig navolging heeft gekregen is (al is de The High Line in New York ook een mooi voorbeeld), zijn de hangende tuinen van Babylon. Waarom geen hangende tuinen van Arnhem? De Trans leent zich hier goed voor.
Daarbij kan onder deze constructie een parkeergarage worden gerealiseerd en kan de centrumring op de Weerdjesstraat, Trans en het Eusebiusplein ondergronds.
De hangende tuinen kunnen dan als contragewicht dienen om de parkeergarage ondergronds te houden, maar kan bovengronds midden in de stad een mooi park ontstaan.
Maak het in de vorm van een kathedraal (met meerdere verdiepingen) waarbij in het midden (kruising) het Feestaardvarken zijn permanente plek vindt.

Een ander voordeel is dat de luchtkwaliteit in deze omgeving omhoog gaat. Dat wil dus zeggen dat de mogelijkheden om het gebied te ontwikkelen, die nu niet aanwezig zijn ivm de slechte luchtkwaliteit, ook veel groter worden. Dan wordt dit gedeelte van de zuidelijke binnenstad ineens een volwaardig stadsdeel.

Een ander gedeelte dat aandacht nodig heeft is de Sint Catharinaplaats en het Koningsplein, waar nu het COC zit. Nu is dit een parkeerplaats waar je niet vrolijk van wordt. Ik stel dan ook voor om van deze parkeerplaats een park te maken. Laat zoveel mogelijk van de bestaande bomen staan, herbouw één van de oude kloosterpanden (daar kan dan ook het COC weer in plaats nemen) en realiseer op de begaande grond horeca met terras. Dan kan men via parkterrassen (hoogte verschillen) de contouren van het vroegere kloostercomplex in het groen aanbrengen.

Aan de achterkant van het Stadstheater kan dan het verzetsmonument weer worden gemonteerd. Dit lijkt mij in combinatie met het aanleg van een park de meest geschikte locatie voor een monument met zo’n omvang.

Hierbij realiseer ik me dat een groot deel van het straatparkeren verdwijnt. Om dit te compenseren zou het straatparkeren via de blauwe zone (parkeerschijf) moeten gaan werken. Hierbij zou iedereen een half uur gratis op straat kunnen parkeren. Daarmee kom je de bezoekers van de binnenstad tegemoet die alleen even voor een korte stop wat komen ophalen of kopen.

Iedereen die voor een langere periode komt, kan parkeren in de gemeentelijke parkeergarages. Het parkeerbeleid gaat dus deel uit maken van een gastvrij Arnhem. Ja, dat gaat geld kosten, maar het gaat Arnhem nog meer geld kosten als de binnenstad uitgestorven is.

Kortom

In Arnhem liggen veel kansen voor het grijpen. Er ligt zoveel potentie in de binnenstad. We maken naar mijn mening te weinig gebruik van de sterkte punten die Arnhem al bezit.

Arnhem heeft al veel unieke winkels en met het aantrekken van meer van dit soort winkels zorgt Arnhem ervoor dat zij zich meer en meer onderscheidt van andere binnensteden. Dit in combinatie met meer groen, kleinere intiemere pleinen, de reeds ingezette trend van de groei van (goede kwalitatieve) horeca en de terugkeer van de Jansbeek.

Reacties

Wees de eerste die reageert op "Drieluik Binnenstad Arnhem 2.0, deel 3 De kleren van Arnhem."

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*