Arnhem heeft een Holle Bolle Gijs nodig [opinie]

Illustratie Bas Bugter

Het denken over het Arnhemse afvalbeleid vraagt om een andere manier van benaderen, betoogt Marlies Neutkens. “Misschien moeten we af van het idee dat de financiële prikkel de heilige weg naar gedragsverandering is en moeten we toe naar een samenleving die gemotiveerd is om gezamenlijk problemen op te lossen.”

Terwijl Holle Bolle Gijs in de Efteling in het voorjaar van 2020 zijn 61ste verjaardag vierde was de gemeente Arnhem druk bezig met het communiceren van het nut van Diftar en afgesloten ondergrondse containers. Toen in de zomer Gijs in de Efteling weer vrolijk papiertjes mocht snoepen, werd in Arnhem het betalen per zak voor restafval ingevoerd en mocht afvalverwerkingsbedrijf SUEZ dagelijks met de vuilniswagen op pad om Arnhem te verlossen van zwerfafval.

Natuurlijk is er een afvalprobleem. Niet alleen in Arnhem, maar wereldwijd zijn wij “de mens” onze leefomgeving aan het vervuilen. De een is zich hier bewuster van dan de ander, maar niemand zal kunnen tegenspreken dat we met elkaar meer afval produceren dan onze aardbol aankan.
En natuurlijk moeten we daar oplossingen voor vinden.

Maar je kan je afvragen of de wijze waarop de gemeente Arnhem haar doelstellingen wil realiseren wel haalbaar is.
Wat de gemeente Arnhem wil, is het bewerkstelligen van gedragsverandering bij haar burgers. Een nobel streven, maar hoe doe je dat?
Om gedragsverandering te bereiken wordt vaak gebruik gemaakt van prikkels. Dat kunnen positieve of negatieve zijn. Positief, bijvoorbeeld door het belonen van gedrag met een verlaging van de afvalstoffenheffing. Negatief, bijvoorbeeld door het beboeten van overtredingen.

Professor Lars Tummers van de Universiteit Utrecht noemt 4 manieren om door middel van prikkels gedrag te beïnvloeden.
Als eerste noemt hij de financiële prikkel. Vertaald naar het Arnhemse afvalbeleid: de burger bespaart op de afvalstoffenheffing door minder restafval weg te gooien.
Vervolgens is er de juridische prikkel: beboeten als men zich niet aan de regels houdt.
En er is een communicatieve prikkel. De gedachte is dat als men goed communiceert en voldoende informatie verstrekt de gewenste gedragsverandering vanzelf volgt.
Wat deze drie met elkaar gemeen hebben is het beroep dat wordt gedaan op het gezonde verstand. Tummers noemt nog een vierde manier, die ons denken omzeilt. We noemen dit principe nudging, afgeleid van het Engelse woord “nudge”, dat letterlijk duwtje betekent.
Zoals onze Holle Bolle Gijs in de Efteling.

Niet alleen gooien we ons vuilnis in de grote mond van deze schrokop, maar ook zien we om hem heen kinderen zoeken naar afval om zijn eeuwige honger te mogen stillen.
In Berlijn is het principe van nudging toegepast op de prullenbakken in de parken. Bij elke bocht staat een feloranje gekleurde afvalbak met een ludieke tekst erop. De kleur trekt aandacht, de tekst wordt gezien en al lezend wordt het papiertje in de hand gedachteloos in de opening gegooid.

Het Saxion College in Deventer heeft niet één, maar vier afvalbakken naast elkaar gezet. Omdat het duidelijk is welk afval in welke bak moet hoeft er nauwelijks over na te worden gedacht. De mogelijkheid om papier bij plastic te gooien is er nog steeds, maar waarom zou je?
In feite is dit een simpele vorm van nudging. Veel minder spectaculair dan Holle Bolle Gijs, maar niet minder effectief.

Wat blijkt: wanneer nudging slim wordt toegepast wordt het gewenste gedrag gewoon. We registreren niet meer de prikkel, maar behouden toch het gedrag.
Nudging geeft een duwtje in de “goede” richting, zonder de minder gewenste alternatieven weg te nemen. De keuze blijft bestaan, maar het is vanzelfsprekender om de aangeboden nudge te volgen en het gewenste gedrag te vertonen.

Holle Bolle Gijs voor Arnhem?
Stel je voor, een Holle Bolle Gijs pleintje in elke wijk. Met een Holle Bolle Gijs die papier eet, een voor het PMD, een voor het GFT en een kleintje voor de restjes die dan nog over zijn. Natuurlijk kan er nog steeds plastic bij papier gegooid worden, maar hé, waarom zou je?

Natuurlijk zijn dan nog niet alle problemen opgelost. Er zou ook met enige regelmaat een hele grote Gijs door de straten moeten rijden om grofvuil op te halen, zoals dat lang geleden al gebeurde.

En hoe zit het met de kosten?
We moeten echt af van het idee dat ons afval gratis wordt verwerkt. Zolang er nog vervuild PMD wordt aangeleverd levert het afval scheiden de gemeente niets op. En als er toch betaald wordt via de gemeentelijke belastingen dan is het verleidelijk om het restafval waarvoor bijbetaald moet worden in de PMD bak te gooien.

Een laatste dilemma dat de stad veel hoofdbrekens bezorgd is het afvaltoerisme uit de omliggende gemeenten. Natuurlijk willen we niet opdraaien voor uitwijkgedrag. Maar de vraag is of deze angst terecht is. Is hier onderzoek naar gedaan? Ook is het de vraag of het middel niet erger is dan de kwaal. Zijn we inmiddels zo gespitst op iets waar we moeilijk grip op krijgen dat straks de welwillende wandelaar geen afvalbak meer kan vinden om de appelkroost in weg te gooien?

Het denken over het Arnhemse afvalbeleid vraagt om een andere manier van benaderen.
Misschien moeten we af van het idee dat de financiële prikkel de heilige weg naar gedragsverandering is en moeten we toe naar een samenleving die gemotiveerd is om gezamenlijk problemen op te lossen. Misschien moeten we ons er meer van bewust zijn dat als we samen een beroep willen doen op voorzieningen en samen willen genieten van een mooie en schone stad, we dan ook samen de lasten daarvan moeten dragen.

Een omslag in denken is niet van de ene op de andere dag te realiseren is. Niet bij de burger en niet bij de overheid. Maar laten we op weg daarnaartoe in ieder geval beginnen met beleid maken dat uitnodigend en laagdrempelig is, en dat van burgers weer medestanders in plaats van tegenstanders maakt.

Marlies Neutkens is ondernemer in Arnhem en studeert Bestuurskunde.

Reacties