Susan van Ommen op Lesbos: Moria en Molyvos

Ik ben nu tweeënhalve week op Lesbos en inmiddels op alle plekken geweest waar Stichting Bootvluchteling werkt. Het contrast tussen de verschillende plekken is groot. Vooral bij de twee kampen valt het me op. Kara Tepe is een kamp waar voornamelijk gezinnen zitten.

Er wordt ontzettend veel georganiseerd door de verschillende NGO’s: lessen, sport, zwemmen, vrouwengroep, schilderen, en elke zaterdagavond is er een feest, waarbij iedereen kan komen dansen. Ja, ook in een vluchtelingenkamp gaat het leven gewoon door. Hoe anders is dat in het deprimerende Moria.

In tegenstelling tot het open Kara Tepe, dat gerund wordt door de gemeente Lesbos, is Moria een detentiekamp. Het kamp, waar voornamelijk mannen zitten, wordt gerund door het leger en is omgeven door hoge hekken met prikkeldraad en overal politiebewaking.

Iedereen die aankomt op Lesbos, moet zich registreren op Moria voordat ze verder kunnen naar Athene. Het is een doorstroomkamp, maar de realiteit is dat mensen hier maanden, zo niet langer zitten, in zeer slechte omstandigheden. Als je aankomt bij het kamp, ziet het er bijna gezellig uit met alle foodtrucks voor de poort. Maar zodra je de poort binnenkomt, loop je langs de alleenreizende minderjarigen, die in een zwaarbeveiligd afgesloten stuk van het kamp zitten.

Omdat deze jongeren vaak door mensenhandelaren in de prostitutie worden gelokt, worden ze in Moria ‘voor hun eigen bescherming’ opgesloten. Ze mogen zelfs niet in de rest van het kamp komen maar hebben wel uitzicht op de toegangspoort, waar de andere vluchtelingen wel in en uit kunnen en waar er ’s avonds gebarbecued wordt bij de foodtrucks.

Tijdens de general meeting vraagt een van de artsen of er speelgoed beschikbaar is dat ze aan kinderen kan geven als die op spreekuur komen. Net als in Nederland. Maar direct wijst de co√∂rdinator op een probleem: we zijn hier niet in Nederland maar in een vluchtelingenkamp. Uitdelen van speelgoed is verboden, omdat het ingaat tegen het belangrijkste principe van onze code of conduct ‘Do no harm’. Namelijk als je een kind een speelgoedje geeft, omdat het flink is geweest bij de dokter, leidt dat tot ruzie.

Als je een persoon iets geeft, plaats je diegene in een voorkeurspositie en benadeel je automatisch de anderen die je niks geeft. Om deze reden zijn onze artsen ook uiterst voorzichtig met het voorschrijven van sterke medicatie; zodra het bekend is dat onze stichting dat doet, volgt er een stormloop van mensen met allerlei kwalen. Of ontstaan er rellen, want iets bezitten op een plek waar mensen geen enkel eigen bezit hebben, leidt altijd tot problemen. Er wordt besloten de kindjes die komen een stickertje te geven.

Op een vrije middag rij ik met een collega naar Molyvos, de plek waar veel bootvluchtelingen aankomen. In Sonsbeek is een van de kunstwerken van de beeldententoonstelling geïnspireerd door en gemaakt met reddingsvesten uit Molyvos.
Vlakbij het dorpje is het life vest cemetery, dat ik graag wil bezoeken. Als we er zijn, worden we allebei even stil. Tienduizenden reddingsvesten liggen hier opgestapeld, allemaal gedragen door mensen die de gevaarlijke oversteek waagden. Dezelfde mensen die wij elke dag zien in de kampen.

Het jongetje dat op zijn 9e gekidnapt werd door IS, maar werd gered door zijn moeder, een weduwe die haar kinderen meenam en uit Syrië vertrok. De vrouwen, die Engelse les volgen, zodat ze straks in Nederland of Duitsland kunnen gaan werken. Dat mochten ze in Afghanistan niet. Het oude mannetje, dat ons elke dag fruit komt brengen. Hij is Yezidi en zijn hele familie is omgekomen bij de genocide in Irak.

Deze mensen komen niet naar Europa omdat het hier misschien leuker is, deze mensen komen omdat ze niet anders kunnen. Iedereen heeft recht op een veilig leven en op de vrijheid die wij zo vanzelfsprekend vinden.

Men verwacht hier dat de Turkije-deal snel gaat klappen dus overal op de al overvolle kampen wordt extra ruimte gemaakt voor nog meer tenten. Ik heb onwijs veel bewondering voor de Grieken die ondanks de slechte economische staat waarin het land verkeert, hun best doen de vluchtelingen zo goed mogelijk op te vangen, terwijl de rest van Europa liever de ogen sluit.

Respect heb ik ook voor alle vrijwilligers die elke dag hun best doen het leven voor deze mensen iets draaglijker te maken. Morgen vlieg ik terug naar huis. Deze reis was zeker niet altijd leuk, maar wel heel bijzonder en ik ben ontzettend blij dat ik hem heb gemaakt.

Er is zoveel dat ik in deze korte tijd heb gezien en meegemaakt dat ik nog niet heb verteld, maar ik hoop dat ik met mijn reisverslagen een beeld heb kunnen geven van de situatie op Lesbos en het werk dat ik heb gedaan voor Stichting Bootvluchteling. Wil je de stichting steunen dan kan dat via deze link (http://bootvluchteling.nl/doneer/). Donaties aan de stichting zijn belastingaftrekbaar.

Reacties

Geef een reactie on "Susan van Ommen op Lesbos: Moria en Molyvos"

Geef een reactie

Je mailadres wordt niet gepubliceerd.


*