21 september 2026
4 min lezen

Geen 89 Stolpersteine, maar een plaquette voor de vermoorde Joden uit ‘Het Jongenshuis’

Joodse bewoners van Het Jongenshuis in mei 1942. Veel jongeren dragen al een gele Jodenster die net daarvoor verplicht werd. Joden moesten de ster zelf betalen en er een textielpunt voor inleveren. Bijna alle Joden op de foto werden op 11 december 1942 gedeporteerd naar Westerbork en velen van hen werden in Sobibor en Auschwitz vermoord. Foto: Collectie Simcha Looijen.

Tussen ingang Sonsbeekzijde van Arnhem CS en het Cito stond aan de Amsterdamseweg ooit Villa Marguerite. Daar waren in het begin van de Tweede Wereldoorlog zo’n 140 Joden ondergebracht, voornamelijk jongeren. In december ’42 en april ’43 werden ze via Westerbork gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen. De meesten werden vermoord in Sobibor en Auschwitz. Ter herinnering aan hen wordt op woensdag 23 september om 9.30u een plaquette onthuld op de plek waar Het Jongenshuis stond. Daarna is er op het stadhuis een bijzondere herdenkingsbijeenkomst en worden elders in de stad 32 Stolpersteine gelegd op 10 adressen waar andere vermoorde Joden woonden.

(tekst Henk Donkers)

Bij de huidige ingang Sonsbeekzijde van station Arnhem Centraal lag links van het Cito-gebouw vroeger Villa Marguerite. Het gebouw werd in de jaren ‘50 afgebroken voor de aanleg van de toen nieuwe koepelvormige stationsingang Sonsbeekzijde en de bouw van een garagebedrijf plus een rij woningen. Inmiddels heeft de stationsingang plaatsgemaakt voor een nieuwe en staat op de plaats van het garagebedrijf en de huizenrij het gebouw van het Cito.

Villa Marguerite c.q. Het Jongenshuis bij het begin van de sloop ervan in 1949. De villa werd afgebroken om plaats te maken voor de Ingang Sonsbeekzijde van het station, een garagebedrijf en een rij huizen. Foto Gelders archief 1501-04 – 962
De exacte locatie van Villa Marguerite c.q. Het Jongenshuis. De Amsterdamseweg is in 2004 verlegd vanwege de uitbreiding van het station met een vierde perron en extra sporen. Reconstructie: Ad Habets
Het Jongenshuis lag tussen de huidige ingang van het station en het Cito. Daar wordt ook de plaquette geplaats als ‘plaats van herinnering’. Foto Henk Donkers

Toevluchtsoord voor Joodse kinderen

In de Tweede Wereldoorlog kreeg de villa de bijnaam ‘Het Jongenshuis’, hoewel er ook meisjes woonden. De leiding ervan lag in handen van dr. Siegfried Wolff, een uit Berlijn gevluchte Joodse kinderarts, die hier vanaf oktober 1940 woonde met een groep Joodse kinderen uit Rotterdam en Den Haag. Die kinderen waren met de zogenaamde kindertransporten uit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland gekomen. Hun ouders hadden hen na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938, toen duizenden Joodse bedrijven, woningen en synagogen in brand gestoken en geplunderd werden, naar andere landen gestuurd in de hoop dat ze daar veilig waren. Naar schatting 20.000 Joodse kinderen konden zo – zonder hun ouders – Duitsland en Oostenrijk ontvluchten. Ongeveer 10.000 kwamen er naar Nederland in de hoop via Hoek van Holland door te kunnen reizen naar Groot-Brittannië wat zo’n 8.500 kinderen lukte. Circa 1.400 tot 1.500 kinderen bleven in Nederland. Een aantal van hen kwam in Rotterdam onder de hoede van dr. Wolff.  In september 1940 gaven de Duitsers de opdracht dat alle niet-arische vreemdelingen de kuststreek moesten verlaten. Vanwege de ligging vlakbij de kust was villa Huis ten Vijver in Scheveningen, de voormalige villa van het echtpaar Kröller-Müller die diende als opvanghuis voor 150 Joodse vluchtelingenkinderen, in mei 1940 al ontruimd en later afgebroken voor de aanleg van de Atlantikwall. Andere villa’s met vluchtelingenkinderen ondergingen hetzelfde lot. Door de maatregel kwam er in september onder leiding van dr. Wolff in september een groep kinderen naar Arnhem. Een maand later namen ze hun intrek in Villa Marguerite aan Amsterdamseweg 1.

Groepsfoto van Het Jongenshuis. 4 mei 1941. In het midden zit dr. Siegfried Wolff. Fotocollectie Georg Mehr

Hoeveel bewoners werden vermoord?

Voor de tweede druk van De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945 van Margo Klijn, uitgegeven in 2014, heeft de Arnhemse Willy Wytzes, mede op basis van eerder onderzoek van Cees Haverhoek, een lijst opgesteld van 1.493 Arnhemse Joden die door de Holocaust zouden zijn omgekomen. Van (nagenoeg) al deze slachtoffers is bekend wanneer en waar ze geboren zijn, waar ze woonden en waar en wanneer ze zijn vermoord of anderszins omgekomen. Volgens ‘De stille slag’ zouden er 141 Joden in Het Jongenshuis gewoond hebben van wie er 91 vermoord zijn. Het Joods Monument Arnhem hanteert anno 2026 een lijst van 89 Holocaustslachtoffers die op dit adres gewoond zouden hebben. Het verschil van twee zit hem in de adressen: twee bewoners woonden niet op Amsterdamseweg 1-3 maar op 12-14.

Twee deportaties

Boekhandelaar en verzamelaar Simcha Looijen uit Bennekom die een boek schrijft over Het Jongenshuis dat in 2027 moet verschijnen, komt op een hoger aantal uit. Looijen: “Bij de eerste deportatie op 11 december 1942 zijn vooral de jongere Joden die er woonden – veelal tieners en jongvolwassenen – afgevoerd naar Westerbork. Relatief veel van die jongeren hebben de Holocaust overleefd, sommigen zijn zelfs tot het einde van de oorlog in Westerbork gebleven. Na de deportatie van 11 december bleef een klein aantal Joden in Het Jongenshuis achter voor het beheer van het huis onder wie enkele jongeren met een zorgtaak. De villa werd daarna een Joods ziekenhuis, vooral voor zieken en ouderen, maar ook gezinnen met kinderen. Die groep werd begin april 1943 gedeporteerd naar Westerbork en Vught. Van hen heeft slechts een handjevol de oorlog overleefd.”

Meer dan honderd bewoners vermoord

Looijen ontdekte dankzij de politiedagrapporten dat Het Jongenshuis in de periode daarna door de Sicherheitsdienst gebruikt werd om gearresteerde Joodse onderduikers tijdelijk vast te houden, in afwachting van transport naar Westerbork. Looijen: “De villa lag daarvoor natuurlijk ideaal, zo dichtbij het station. Het Jongenshuis werd gebruikt als een soort overlooplocatie omdat het Huis van bewaring in die periode vaak erg vol zat. Je ziet bijvoorbeeld bij gezinnen dat de vrouwen en kinderen in de villa werden vastgehouden, en de mannen in het Huis van bewaring. Waarschijnlijk om te voorkomen dat die vrouwen zou vluchtennemen, omdat dat gevolgen kon hebben voor hun mannelijke familieleden”.Een aantal namen is bekend, maar er is over die periode geen  administratie overgebleven en dus geen compleet overzicht te geven. Wie er toen precies verbleven en hoelang is dus niet duidelijk. Kortom, het aantal Joden dat vanuit het Jongenshuis is gedeporteerd en later werd vermoord ligt volgens Looijen zeker boven de honderd, maar een precies aantal is niet te geven.”

Geen 89 Stolpersteine op één plek

Er liggen in Arnhem op dit moment 132 Stolpersteine voor Joodse Holocaustslachtoffers op 52 adressen. Daar zouden er in één keer 89 of meer aan toegevoegd kunnen worden op één adres: Amsterdamseweg 1-3. Zo’n groot aantal Stolpersteine bij elkaar zou veel indruk maken, zeker omdat er op de plek waar ze zouden komen liggen dagelijks duizenden mensen passeren op weg naar het station of ervandaan. Zoveel Stolpersteine kosten echter een vermogen, want de betonnen stenen met een messing naamplaatje kosten €150 per stuk. Daarom heeft de Stichting Stolpersteine Arnhem besloten op de plek van het voormalige Jongenshuis een plaquette te plaatsen in plaats van Stolpersteine. Ook een discussie over het precieze aantal Holocaustslachtoffers dat er woonde en hun namen wordt daarmee voorkomen. Er staat nu simpelweg ‘meer dan 100 vermoord’ op de plaquette.

Plaquette ter herinnering aan de meer dan honderd Joden die hier woonden en vermoord werden. Foto Stichting Stolpersteine Arnhem

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Vitesse wint Airborne-wedstrijd: GelreDome staat stil bij veteranen en Ben Saunders

Laatste berichten

Ga naarBoven