30 november 2025
4 min lezen

Gerard Flint: ‘raddraaier’ en ‘handlanger’ op de tram in het Openluchtmuseum

Gerard Flint

Veel Arnhemmers verrichten vrijwilligerswerk. Gerard Flint (72) rijdt al ruim vier jaar met veel plezier op de tram in het Openluchtmuseum. “Mensen komen hier voor een dagje uit. Ik vind het erg leuk om bij te dragen aan hun plezier.”

(Tekst en foto Henk Donkers)

Nu het hoogseizoen voorbij is, kunnen nieuwe vrijwilligers zich aanmelden als conducteur, trambestuurder of werkplaatsmedewerker. In het laagseizoen als de tram niet rijdt, kunnen ze dan getraind worden. De jongste vrijwilliger is 16, de oudste 80. Van de 140 vrijwilligers bij de tramafdeling zijn er zo’n 20 vrouw.

Gerard Flint ontvangt me samen met Diederik Menting bij de ingang van het Openluchtmuseum. Gerard heeft zijn grijs-groene uniform aan. Op zijn revers prijkt het getal 76. Gerard: “Dat getal slaat op de GETA 76, tram nummer 76 van GEmeenteTramArnhem. Voor de oorlog reden er in Arnhem elektrische trams. Ze hadden allemaal een nummer. In de oorlog zijn alle trams en de remise aan de Westervoortsedijk verwoest. Na de oorlog schakelde Arnhem daarom over op trolleybussen. De GETA 76 is een replica en rijdt nu rond in het Openluchtmuseum.”

Luxe uitvoering

Diederik Menting (37) is ‘teamleider tram’ en weet volgens Gerard alles van de trams die in het Openluchtmuseum rondrijden. Diederik: “Dit type tram reed destijds tussen Velp en Oosterbeek. Het was een sjieke lijn met een luxe uitgevoerde tram. Hij is in 1929 gebouwd door de firma Beijnes in Haarlem. Normale trams hadden aan elke kant twee wielen, maar deze heeft er vier die mee kunnen draaien. Daardoor gaan ze met minder gepiep en gewring door de bochten. Dat maakt ze comfortabeler. Ze hebben ook schuine voorruiten met minder weerkaatsing van licht. Verder was het een eenmanswagen zonder conducteur. Iedereen moest instappen en betalen bij de bestuurder.”

Replica

De tram is helemaal nagebouwd in de werkplaats van het Openluchtmuseum op basis van tekeningen uit het Spoorwegmuseum. Diederik: ”De toenmalige directeur van het Openluchtmuseum, Jan Vaessen, wilde dat het publiek zich ook anders dan lopend kon verplaatsen in het museumpark. Gedacht werd aan paard-en-wagen, bus of tram. Begin jaren ’90 waren er plannen voor een historische tramlijn van de binnenstad van Arnhem naar het Openluchtmuseum en Burgers’ Zoo. Die zijn niet doorgegaan. Wel kwam er in 1996 een ringtramlijn in het Openluchtmuseum waarop historische trams (of replica’s) uit verschillende Nederlandse steden gingen rijden. De tram is niet alleen een vervoersmiddel, maar brengt ook rijdend erfgoed tot leven en laat bezoekers een stukje geschiedenis beleven. De tram is echt een toegevoegde waarde.”

140 vrijwilligers

Het trambedrijf is een onderneming op zich. Er werken 7 betaalde krachten en 140 vrijwilligers. Diederik: “We hebben 40 bestuurders, 70 conducteurs en 30 mensen in de werkplaats voor restauratie en onderhoud. De jongste is 16, de oudste 82. Niet alleen mannen, maar ook zo’n twintig vrouwen.”
Gerard is één van die vrijwilligers. Hij doorliep de Hogere Textielschool in Enschede omdat zijn vader een manufacturenzaak had, maar ging werken voor internationale bedrijven en later als zelfstandige. Hij woonde lang in het Gooi, maar na een scheiding verhuisde hij in 2010 naar zijn nieuwe partner in Arnhem. Gerard: “Ik wilde een eigen sociaal netwerk opbouwen en ging bij de Rotary van Arnhem-Oost waar ik meedeed aan vrijwilligersprojecten als ‘Vergeten fietsen’. We haalden fietsen op bij mensen die er niets mee deden, knapten ze op en stelden ze via de Stichting Leergeld beschikbaar aan schoolkinderen die geen fiets konden betalen. Via een vergeten-fietsen-donateur die vanwege zijn leeftijd (80) uitgerangeerd was als trambestuurder in het Openluchtmuseum, kwam ik hier terecht.”

Interne opleiding

Gerard is begonnen als conducteur en daarna trambestuurder geworden. “Om conducteur te worden moest ik – na een sollicitatiegesprek – een interne opleiding van 30 uur volgen. Behalve de protocollen voor aankomst en vertrek, omgaan met publiek kreeg je een training ‘hoe te handelen bij calamiteiten?’ Na twee jaar conducteurschap kreeg ik de kans trambestuurder te worden. Hiervoor moest ik een medische keuring ondergaan en een opleiding van 80 uur volgen met naast de bediening van de tram veel aandacht voor veiligheid en calamiteiten. De opleiding werd afgesloten met een heus examen dat werd afgenomen door externe beoordelaars uit Rotterdam. (Diederik: “Anders keurt de slager zijn eigen vlees.”). Inmiddels ben ik voor het derde jaar trambestuurder. Toen we vorig jaar de GTG 41 uit Groningen als opknappertje kregen en hij dit voorjaar klaar was, werd me gevraagd als geboren en getogen Groninger de maidentrip voor mijn rekening te nemen. Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer zeggen.”

Raddraaiers en handlangers

We maken een rit maken in de GETA 76. “Weet je waarom trambestuurders vroeger raddraaiers genoemd werden en conducteurs handlangers?”, vraagt Gerard. Ik heb geen idee. Maar als ik zie hoe Gerard bij het besturen van de GETA 76 met flink wat kracht aan een groot rad draait snap ik waarom. Het rad is, legt Diederik uit, verbonden met de motor en met de remmen. Door aan het rad te draaien kan hij versnellen of vertragen, de richting van de stroom naar de motor aanpassen (vooruit/achteruit) en de remmen bedienen. Draai je het rad in de rijstanden, dan krijgt de motor meer stroom en versnelt de tram. Draai je het rad in de remstanden, dan vertraagt de tram of gaat hij achteruit. Het vereist dus flink wat oefening om een goede ‘raddraaier’ te worden. En waarom een conducteur een handlanger genoemd werd? Hij gaf vroeger met een handsein aan de bestuurder het signaal dat de tram kon vetrekken, en werd daarom een handlanger genoemd. Raddraaier en handlanger zijn van oorsprong dus benamingen van functies die later een andere betekenis kregen.

De GETA 76 met Gerard Flint als trambestuurder. De GETA reed vroeger op lijn 1 tussen Velp en Oosterbeek.

Zand trappen

We rijden door het bos een stuk omhoog. Gerard: “In de herfst of de winter kunnen de rails glad worden door bladeren of ijsvorming. Dan kunnen de wielen gaan spinnen. Om dat te voorkomen kunnen we ‘zand trappen’.” De bestuurder trapt dan op een pedaal waardoor er grof zand uit een container op de rails wordt gestrooid. De wielen krijgen dan weer grip de rails.

Remise

In de remise stoppen we. Met een ijzeren stok wordt er een wissel verlegd en kunnen we achteruit het remiseterrein op rijden. Hier staan de trams die op dit moment niet rijden want er zijn er drie of vier tegelijk in bedrijf. De remise is een reconstructie van de in 1944 verwoeste remise op basis van oude foto’s en herinneringen van vroegere medewerkers. Hier zijn ook de werkplaats, de koffieruimte voor de vrijwilligers en de afdeling die de roosters maakt. Dat is met 140 vrijwilligers die gemiddeld twee dagdelen per week werken best wel ingewikkeld.

Diederik Menting (links) en Gerard Flint (rechts) in de tramremise.

Nieuwe vrijwilligers

“Heb je een nieuwe vrijwilliger, Diederik?”, vraagt de werkplaatsbeheerder, wijzend naar mij. Diederik: “We kunnen altijd nieuwe vrijwilligers gebruiken: mannen, vrouwen, ouderen, jongeren… Misschien is het iets voor je, of je nu van techniek houdt of van omgaan met mensen. De sfeer is goed, het verloop klein, maar er vallen altijd mensen weg vanwege ziekte, gebreken, leeftijd of verhuizing. Wie interesse heeft, kan mailen naar d.menting@openluchtmuseum.nl .”
Gerard vindt het hartstikke leuk werk en wil het nog jaren blijven doen.

Vorige Bericht

Albert Van Der Weide transformeert ervaringen in en met de wereld in kunst

Volgende Bericht

Getransformeerde caravan veilige queerplek dankzij crowdfundactie

Laatste berichten

Wouter Groothedde nieuwe voorzitter StAB

Wouter Groothedde is de nieuwe voorzitter van Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen (StAB). Woensdag 14 januari werd hij unaniem benoemd door het bestuur. Wouter neemt het stokje over van Hans-Robert van der Doe die
Ga naarBoven