3 februari 2026
4 min lezen

Kosmopoliet Olga Schnitker: “De steden waar we woonden hebben me als kunstenaar gevormd.”

Olga Schnitker

Op zaterdag 14 februari om 15.30 uur opent kunsthistoricus Jim van der Meer Mohr (bekend van Tussen Kunst en Kitsch) in de Rembrandtzaal van wijkcentrum Bakermat (Izaak Evertslaan 11) de overzichtstentoonstelling van de Arnhemse kunstenaar Olga Schnitker. Haar expositie, die tot 10 mei loopt en van maandag t/m vrijdag te zien is van 10 tot 12.30 uur (ingang Van Nispenstraat 139), bestaat uit schilderijen, litho’s, tegels, achterglasschilderingen en grote kleurrijke werken die lijken op schilderijen maar abstracte foto’s van bloemen achter Venetiaans glas zijn. Door het beroep van haar man heeft Schnitker een nomadisch leven geleid en dat heeft haar als kunstenaar gevormd.

(Tekst Henk Donkers, foto’s Ferry André de la Porte)

Olga Schnitker is geboren en getogen in Arnhem en volgde daar aan de Academie voor Beeldende Kunst, de voorloper van ArtEZ, de richting ‘vrij tekenen en schilderen’. Vanwege het werk van haar man, die diplomaat is, heeft ze in veel wereldsteden gewoond, gewerkt en ook geëxposeerd. Omdat haar echtgenoot Lionel diplomaat was, veranderde Olga Schnitker om de vier jaar van standplaats. De steden waar ze met haar man en twee zonen woonde, hebben haar kunstenaarschap beïnvloed. “Het contact met de kunstenaars die daar woonden heeft mijn werk zeker beïnvloed, maar ook dat van mijn man. De artistieke wereld was een welkome aanvulling op de diplomatie.”

In welke steden heb je zoal gewoond?
“We hebben eerst in Amsterdam gewoond en daarna achtereenvolgens in Yaoundé (Kameroen), Dublin, Brussel, Parijs, Zagreb, München, Parijs en Sint-Petersburg. In 2021 zijn we uit Sint-Petersburg teruggekomen; enkele maanden later brak de oorlog met Oekraïne uit. Die hadden we niet zien aankomen. We wonen nu alweer ruim vier jaar in Arnhem in het huis dat we in 2000 kochten en verhuurden als we voor langere tijd weg waren.”

Hoe was het om zo vaak te verhuizen? Kon je op al die plaatsen werken als kunstenaar?
“Mijn eerste zorg was natuurlijk om het verblijf op een nieuwe plek aangenaam te maken voor mijn twee kinderen. Maar omdat we in grote huizen woonden, was er altijd ruimte voor een eigen atelier en kon ik gewoon door blijven werken. Toen we nog in Amsterdam woonden, had ik een eigen lithopers in mijn atelier. Die heb ik verkocht toen we naar Kameroen verhuisden want die was te zwaar om mee te nemen. Ik ben toen opgehouden met litho’s en meer met potlood gaan tekenen. Vroeger werkte ik ook altijd met olieverf. Maar omdat die langzaam droogt en ook stinkt, ben ik overgeschakeld op acrylverf. Ook ben ik kleiner gaan werken. Er is dus wel wat veranderd in mijn manier van werken, maar ik ben altijd doorgegaan.”

Hadden de steden waar jullie woonden invloed op je kunstenaarschap?
“Ja zeker. Ik legde in alle standplaatsen contacten met lokale kunstenaars. In wat ik schilderde en hoe, ben ik door hen beïnvloed. En ik had ook invloed op hen. Er was een zekere wisselwerking. In voormalige Oostbloklanden schilderen ze bijvoorbeeld voorstellingen naast elkaar, zonder duidelijk perspectief. Ik ben toen ook meer collage-achtig gaan werken, terwijl in Rusland sommige kunstenaars mijn veel vrijere manier van werken weer overnamen. En toen we in München woonden, maakte ik kennis met de ‘Hinterglasmalerei’, een heel oude Duitse techniek. Die heb ik me daar eigen gemaakt en ben toen veel achterglas gaan schilderen.”

Vrouwenfiguur gemaakt in haar tijd in Sint-Petersburg; voorstellingen naast elkaar zonder perspectief zoals bij Russisch-orthodoxe iconen.

Hoe werkt die Hinterglasmalerei of achterglasschilderkunst?
“Je schildert aan de achterkant van een glazen plaat, maar dan in omgekeerde volgorde; eerst de details en daarna de grotere vlakken en achtergronden. Daarna draai je de plaat om en kijk je door het glas heen naar de afbeelding. Door het glas krijg je een gladde, glanzende afwerking met heel heldere kleuren. Het glas beschermt de verflaag die ook niet veroudert zoals op doek. De afbeelding wordt ook strakker doordat je de penseelstreken niet ziet zoals op doek.”

Een Hinterglas-schildering, een oude techniek die ze in Zuid-Duitsland leerde.

Je schildert momenteel veel op tegels…
“Ja, ik wilde kleiner werken en ook meer dingen maken die gemakkelijker verkopen. Tegels beschilderen was voor mij een nieuwe techniek die ik me helemaal moest aanleren. Zo’n tegel moet je in vijf à tien minuten beschilderen want de verf trekt er heel snel in. Ik glazuur ze daarna zelf, maar laat ze bakken bij het Arnhems keramiek atelier. Ik ben ook een beetje door schade en schande wijs geworden. Per ongeluk had ik ze een keer beschilderd met acrylverf. Ik had ze weggebracht naar de bakkerij en toen ik ze ophaalde stond er niets op. De verf was weggebrand in de oven, verdampt…”

Wat voor afbeeldingen maak je op die tegels?
“Veel bewegende vrouwen in hedendaagse mode. Die vind ik soms over the top, maar leuk om naar te kijken en te schilderen. Kijk… (laat een tegel zien) deze jonge vrouw zag ik ’s morgens vroeg door de Kalverstraat lopen. Ze had de hele nacht door gedanst op een dancefestival. In die rode jurk en met deze schoentjes. Of neem deze, in dat korte broekje, dat brutale mag ik wel. Of deze … met dat bont. Of die met die grote tranen van uitgehuilde make-up.”

Behalve tegels maak je ook grote, zeer kleurrijke werken van bloemen. Het lijken schilderijen maar het zijn foto’s. Hoe maak je ze?
“De eerste serie heb ik gemaakt in München en gaf ik de titel ‘Double Flowers’. Het waren nog duidelijk bloemen, vaak gecombineerd met glazen bloemen van Venetiaans glas met een prachtige glans en veel reflecties, herhalingen en schitteringen. Latere series werden steeds abstracter en hadden meer beweging, fellere kleuren en meer dynamiek. Zeker bij mijn laatste series denken mensen vaak dat het een schilderij is. Voor mij is dat een compliment; het is het werk van een schilder die fotografeert.”

Zijn er kunstenaars, schrijvers of denkers die je inspireren of met wie je je verwant voelt?
“Ik voel me eigenlijk nooit verwant met een schilder en wordt er ook niet direct door geïnspireerd. Ik kijk naar hun werk, geniet van technisch goed schilderwerk, kan erdoor geraakt worden… maar verwantschap… nee, eigenlijk niet. Er zijn wel kunstenaars die ik goed vind. Zoals de expressionistische kunstenaarsgroep ‘Der Blaue Reiter’ uit begin vorige eeuw in München, onder wie Kandinsky. Toen we daar woonden waren er veel tentoonstellingen van. Zij verlegden de focus naar kleur, emotie en de symbolische betekenis van patronen. In de compositie van hun schilderijen volgden ze de klassieke regels niet. Ze waren gericht op expressie, abstractie en symboliek. De impressionisten vind ik ook bijzonder, vooral Monet, maar ook hedendaagse schilders als Hockney met zijn pop art en Twombly die schrijven, tekenen en schilderen combineert, vind ik ook geweldig.”

Het vele verhuizen is voorbij, maar je kunstenaarschap nog niet …
“Nee, absoluut niet. Ik heb nooit duidelijke plannen. Mijn enige plan is doorwerken. Als je een tijdje niet werkt, verlies je de vaardigheden, net als bij pianospelen. Na een lange onderbreking krijg je die vaardigheden niet zomaar terug. Ik wil doorgaan. Het is leuk, spannend, en als je werkt, heb je geen zorgen.”

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Vorige Bericht

Verkiezingsprogramma Volt – Europa als voorbeeld voor Arnhem

Volgende Bericht

Monument van wederopbouw en ontmoetingsplek komt weer tot leven

Laatste berichten

Filmmaker Amir Zaza wint Cultuurprijs Arnhem 2026

ARNHEM – Filmmaker Amir Zaza heeft de Cultuurprijs Arnhem 2026 gewonnen. De prijs werd vrijdagavond tijdens de Uitnacht Arnhem uitgereikt door wethouder Cathelijne Bouwkamp. Zaza liet daarmee de andere genomineerden, beeldend kunstenaar
Ga naarBoven