2. Gezellig in de marge

Deel 2 van Het Blokken Feuilleton Seizoen 2. (Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5 | Deel 6 | Deel 7) | Door: Onno ter Sluis en Martijn Duineveld

Nederland is af en België een grote grap, als we de clichés mogen geloven. Vlieg over Nederland en zie een Mondriaan, tuintjes en akkers keurig aangeharkt, door de buurman en door de staat. Woonwijken hier, industrieterreinen daar. In deze reeks stukken problematiseren we de Nederlandse ruimtelijke ordening en laten we zien dat zij onlosmakelijk samenhangt met controle en met processen van in- en uitsluiting. In deze aflevering bezoeken we de Plas van Bruil en leren we haar gebruikers beter kennen.

Emiel Ratelband

Op een warme zomerdag in het jaar 2013 bezoeken we voor het eerst ‘De Plas van Bruil’. We wandelen in de richting van de waterplas en stoppen bij het bord ‘Verboden Toegang’. Na een paar minuten komt er een man van een jaar of dertig voorbijlopen. Hij heeft een zilverkleurige ring om zijn piemel. We durven hem niet aan te spreken. We zien er verder vooral mannen van eind 40 en ouder rondlopen.

De eerste man die we wel durven aan te spreken heeft zijn kleren aan. Hij draagt een zonnebril die hij het gehele gesprek ophoudt. Hij zegt vijftig jaar oud te zijn en hier al 25 jaar te komen:

`De eerste keer was ik hier omdat ik een oogje had op een andere jongen. Het was in die tijd veel drukker dan nu, dan kwamen mensen met auto’s die ze vlak bij de plas parkeerden. Door de slagboom is het rustiger geworden. Er was ook een tijd dat mensen op de bon werden geslingerd.’

We leren ook dat de geaardheid van de mannen ‘niet zo zwart-wit is. Er zijn homo’s, bi’s, hetero’s‚Ķ’ en het huis aan de overkant van de rivier is van Emiel Ratelband geweest.

‘Hoorde wij hem “Tsjakka” roepen in de tuin.’

Een andere man vertelt dat hij twee kinderen thuis heeft en een vrouw. Die zitten in Arnhem-Noord.

‘Nee, die weten niet dat ik hiernaar toega. Dat mogen ze best weten maar ze vragen er nooit naar.’

Helaas willen de meeste mannen die we die ochtend aanspreken niet of maar kort geïnterviewd worden. We geven de moed bijna op maar dan komt er een man van een jaar of vijftig aanfietsen die ons vriendelijk toelacht. Hij draagt een rood T-shirt en heeft een keurig kapsel. Hij stelt zich voor als Olaf. Hij wil graag geïnterviewd worden en hij drukt ons een papiertje in de handen met daarop zijn adres en telefoonnummer. Een paar weken later spreken we af in een café in de Arnhemse binnenstad. Olaf heeft Joop meegenomen, een kennis van hem en ook een actieve gebruiker van de Plas van Bruil.

Olaf vertelt ons dat er al rond halftien in de ochtend mensen bij de plas zijn. De meeste mensen gaan rond vijf, zes uur naar huis en een enkeling blijft tot een uur of halftien in de avond. Olaf arriveert meestal wat later in de middag en neemt altijd een aperitiefje mee.

We leren dat het aantal bezoekers aan de waterplas de laatste jaren enorm teruggelopen is. Olaf:

‘Vroeger kwam er zelfs een ijscoman in het gebied (‚Ķ), nu kan hij niet meer komen, zou er ook geen cent verdienen. Maar het is nog steeds een paradijs voor ons om hier te kunnen komen liggen. Naaktzwemmen geeft een zalig gevoel. Met een zwempak in het water… brrr, het plakt aan je en voelt zwaar. En als je het water uitloopt zit het klef.’

Lekker dichtbij

De redenen die de gebruikers geven om de plas te bezoeken zijn vaak praktisch van aard. Velen noemen de nabijheid van de Plas. Sommige recreanten geven aan ook andere naaktrecreatieplekken ‘aan te doen’ zoals de Ewijkse Plassen, Lathum, de Rijkerswoerdse Plassen en Bussloo, maar de Plas van Bruil is zo dichtbij. ‘Je gaat de brug over en je staat in de natuur!’

20150612meinerswijk2

Naast deze ‘natuur’ worden ook het schone zwemwater en de rust genoemd. Er zijn geen gettoblasters: ‘heerlijk!’ Een van de weinige vrouwelijke gebruikers die we spreken is dolenthousiast over de Plas van Bruil:

‘Het water is hartstikke helder, want het is kwelwater van de Veluwe zonder stookolie zoals in watersportgebieden waar naaktrecreatie is gezoneerd. Er is geen chloor en het is hier niet druk.’

Dat de Plas van Bruil gevoed wordt door kwelwater is bekend bij de meeste gebruikers. Een aantal van hen roemt de ‘helende’ werking het water.

Voor een andere gebruiker is de plas vooral een plek om na te denken, ‘een uitlaatklep om onder het stadsgewoel uit te komen’, vrij van sociale contacten. Bovendien spreken sommige recreanten over de plas als ‘een steunpunt’, een plek voor sociale contacten.

Homo-ontmoetingsplaats?

We vragen Olaf en Joop of de Plas van Bruil een homo-ontmoetingsplaats is. Ze benadrukken van niet.

‘Het is een plek voor naaktrecreatie! Het naakt zijn is niet geil. Het is heus niet zo dat je een stijve krijgt als je een mooie man ziet. Seksuele handelingen vinden wel plaats bij de plas maar dan wel achter een struikje. Net zoals een heterokoppeltje het zou doen.’

‘Maar iedereen is wel naakt?’

‘Nee, je ziet soms ook geklede mannen rondlopen. Figuren die zelf niet uit de broek willen. Die durven zelf niet uit de kleren maar vinden het wel fijn om te kijken,’ antwoordt Olaf.

‘Het is wel een plek voor sociale contacten,’ voegt Joop eraan toe.

‘Ja,’ zegt Olaf, ‘sociale contacten, geestelijk, veel kletsen, buurten bij elkaar. (…) Er is een vaste kern. Sommigen mogen elkaar wel en sommigen niet. Dat geeft niet. Soms groet je wel, soms niet. Onderling is de sfeer erg open en ze spreken over persoonlijke dingen met elkaar, over het feit dat ze een vrouw hebben of kinderen en hoe het met ze gaat.’

Olaf en Joop vinden het van groot belang te benadrukken dat het bij de plas gaat om zoveel meer gaat dan de seksuele contacten alleen. Het is gewoon fijn om met ‘gelijk-geaarden’ te recreëren:

‘Het gros van de mannen komt daar regelmatig. Sommigen onderhouden ook contact buiten de plas. En dan gaat het vooral om sociale contacten, geen andere relaties, dus niet seksueel. Om elkaar te helpen met allerlei dingetjes, computers, foto’s editen.’

Natuurlijk is er volgens Olaf weleens seksueel contact maar dit is een ‘bijkomstigheid’. Op parkeerplaatsen naast snelwegen en bijvoorbeeld in Park Sonsbeek is volgens hem het primaire doel seks, maar niet hier.

Als we een andere regelmatige bezoeker van de Plas van Bruil in 2016 een concept van dit Feuilleton voorleggen, krijgen we de volgende reactie:

‘Wat er gezegd wordt is zeker waar, maar het geeft een beetje eenzijdig beeld. Een groot deel van de heren komt daar puur voor de ontspanning en gezelligheid. Daarnaast zijn er ook andere bezoekers, zowel vrouwen als mannen. De vrouwen zijn in de minderheid, maar ik kan toch zo een stuk of 15 verschillende dames voor de geest halen die ik er regelmatig zie. (‚Ķ) Verder komt er een aantal mensen dat op de een of andere manier niet op de gebruikelijke manier meedraaien in de samenleving. Werklozen, arbeidsongeschikten, gepensioneerden, mensen met een sociale beperking (Ik spreek altijd liefkozend over “de andere plaatselijke zonderlingen”. Maar misschien zijn deze mensen, inclusief ikzelf, wel meer een doorsnee van de samenleving dan ik denk).’

Tight & loose spaces

In 1974 publiceert Robert Sommer zijn boek ‘Tight Spaces. Hard architecture and how to humanize it’. Hij beschrijft daarin het verschil in harde en zachte architectuur. Harde architectuur zijn bijvoorbeeld de vastgezette rijen stoelen en banken in een collegezaal en zachte architectuur een lokaal met verplaatsbare stoelen en tafels. Harde architectuur resulteert volgens Sommer in tight spaces, plekken waarin de invloed en de vrijheid van de gebruikers om de omgeving naar hun hand te zetten beperkt is en waar het spontane wordt onderdrukt.

3036729806_47d038324b_z

In contrast met de tight spaces staan de ongeplande en ongecontroleerde ruimten, de zogenoemde loose spaces, die het onverwachte, risicovolle en spontane kunnen ‘aanmoedigen’ (bron). Dit soort ruimtes ontstaat bijvoorbeeld omdat plekken hun oude functie hebben verloren en nog geen nieuwe hebben, omdat ze ver van de bewoonde wereld afliggen of omdat ze aan de aandacht van de lokale overheid zijn ontsnapt. Denk aan oude verlaten fabrieksterreinen, braakliggende gronden, plekken onder bruggen en viaducten of de zones naast spoorrails of snelwegen.

Binnen de Nederlandse ruimtelijke ordening kan Meinerswijk en in het bijzonder de Plas van Bruil worden gezien als zo’n loose space. Het is een plek die ruimte biedt aan mensen en gebruiken die elders niet welkom zijn, die buiten de normale orde vallen en elders worden uitgesloten. Waarom dat zo is, zetten we uiteen in het volgende deel waarin we ingaan op de oordelen en vooroordelen die mensen hebben over de naakte mannetjes bij de Plas van Bruil.

[Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5 | Deel 6 | Deel 7]

p.s. Dit is geen verslag waarin de absolute en definitieve waarheid over de Plas van Bruil wordt onthuld. Deze plek heeft verschillende betekenissen voor verschillende groepen mensen en de betekenissen en het gebruik van de Plas kunnen van dag tot dag verschillen. Op- of aanmerkingen van uw kant zijn dan ook meer dan welkom. Wij zullen ze meenemen in de toekomstige artikelen. U kunt hieronder reageren of een mail sturen naar: martijn.duineveld@wur.nl of onnotersluis@gmail.com.

 

Reacties

Geef een reactie on "2. Gezellig in de marge"

Geef een reactie

Je mailadres wordt niet gepubliceerd.


*